Beluister muziek Tim Bouwsma

TERNEUZEN – Onze organist Tim Bouwsma bespeelde zaterdag 14 april 2018 het orgel van de Grote Kerk in Terneuzen. Het ging om een concert in de serie zaterdagse bespelingen van dit instrument. Klik hier om te beluisteren

Het programma luidde alsvolgt:

Koraalbewerking Psalm 43 vers 3 en 4                                     F. Asma                       (1912 – 1984)

Fantasia & Fuga in C moll, BWV 537                                       J.S. Bach                     (1685 – 1750)

Choralvorspiel ‘Herr Gott, nun schleuss den Himmel auf’ á 2 claviere e Pedale, BWV 617

‘Hornpipe’ uit de Watermusic, Suite in F HWV 348              G.F. Händel                  (1685 – 1759)

O Durchbrecher aller Bande, opus 65                                     S. Karg-Elert               (1877 – 1933)

Trio mit obligatem Cantus firmus

Thema met variaties                                                               H. Andriessen              (1892 – 1981)

Prélude, Fugue & Variation in B mineur, opus 18                      C. Franck                     (1822 – 1890)

Final uit Sonate I in d moll, opus 42                                       A. Guilmant                  (1837 – 1911)

Souvenirs:  Prélude, Méditation, Toccata                           Eigen improvisaties

Bij het programma

Trouw aan de tekst van de genoemde verzen van psalm 43 opent deze bewerking met een donker andante, dat ‘poco crescendo’ via een canon en een fugatisch deel uitloopt op een breed fortissimo gespeelde koraalzetting. Een voorbeeld van hoe in de ‘school’ van Jan Zwart wordt omgegaan met koraalspel en (concertant) inleiden en begeleiden van (soms massale) samenzang.

De Fantasia en Fuga in C moll neemt binnen het orgeloeuvre van Bach een geheel eigen plaats in. De fantasia is geconstrueerd op twee thema’s en heeft een bijna voornaam karakter. De fantasia eindigt niet in de hoofdtoonsoort, maar op de dominant, waarop de fuga haar intrede doet. In het middendeel van de fuga treden nieuwe thema’s op die echter niet met het hoofdthema worden gecombineerd. In plaats hiervan eindigt de fuga met een letterlijke herhaling van de expositie (een re-expositie) waardoor een driedelige (sonate) vorm ontstaat.

Het Orgelbüchlein is een verzameling van 45 korte bewerkingen van Luthers-protestantse kerkliederen. De koraalbewerkingen, die voor de ‘beginnende organist’ handvatten aanreiken voor het op verschillende wijze behandelen van koraal melodieën, zijn tussen 1713 en 1716 in Weimar geschreven. Het gespeelde koraal is bestemd voor Maria Lichtmis (te positioneren tussen Nieuwjaar en de Vastentijd voorafgaand aan Pasen).

Händel was de naar Engeland geëmigreerde evenknie van Bach. De Watermusic, de suite in F, is oorspronkelijk niet voor orgel gedacht, maar er zijn wel verschillende orgelbewerkingen van deze suite in omloop. Vooral de delen waarin de hoorns tot klinken komen zijn karakteristiek en bieden een organist de mogelijkheid om deze te imiteren.

De koraalimprovisatie van de Duits romantische Sigfrid Karg-Elert, componist, muziekpedagoog, muziektheoreticus, organist en pianist in o.a. Leipzig, is wellicht een van zijn bekendste werken. In het trio zijn de begeleidende stemmen even belangrijk als de melodie. Samen geven deze stemmen een fraaie uitbeelding van de liedtekst.

De Haarlemse componist en organist Hendrik Andriessen componeerde zijn Thema met variaties in 1949. Een plechtig klinkende inleiding wordt gevolgd door de expositie van het thema. Dit thema keert niet steeds in een gevarieerde vorm terug, maar Andriessen ontwikkelt zijn variaties uit elementen van het thema en borduurt daarop voort.

De poëtische Six Pièces van Cesar Franck vormen een mijlpaal in de geschiedenis van de orgelmuziek. Geïnspireerd door het Cavaillé Coll orgel in de Parijse Sainte-Clotilde schreef Franck deze ‘zes stukken’ en deed via hem de symfonische stijl van componeren voor orgel haar intrede. De Prélude, Fugue & Variation is één van deze zes stukken.

Van de eerste Sonate (ook wel symfonie) van Guilmant zijn zowel een orgelsoloversie als een versie voor orgel en orkest in omloop. De ‘Final’ is opgezet als bewegelijke toccata met een koraalachtig middendeel. In het slotdeel van dit wervelende stuk krijgen, ook herleidbaar en hoorbaar in de orgelsoloversie, het ‘koper’ en ‘slagwerk’ van Guilmant een rol van betekenis.

Verschillende (orgel)stukken zijn geënt op gedichten, schilderijen of zelfs op herinneringen (bijvoorbeeld de Suite Bretonne van Dupré). Gedacht vanuit deze opzet tot slot het driedelige ‘Souvenirs’ dat bestaat uit een energiek Prélude, een bezonken Méditation en een uitbundige Toccata.

Reacties plaatsen is niet mogelijk.