Overdenkingen

 

Aanbidding

Lucas 1 vers: Hij koos mij uit, mij, een heel gewoon meisje

Het decembergroen kleurt huiskamers en straatbeelden. Overal flonkeren lichtjes, mooie en lelijke, om aan te kondigen dat het Kerstmis wordt. Het feest waarin we gedenken dat de Zaligmaker is geboren.

In de velden van Efratha zien de herders de nachtelijke duisternis plaats maken voor stralend daglicht. Hun schrik verandert in vreugde bij het aanhoren van de engelenboodschap:  ,,Vandaag is in de stad van David jullie redder geboren.”

Christus komt tot ons in de gedaante van een mens. Immers is hij een kind uit de stamboom van koning David. Het geslacht ook van Abraham, Izak en Jacob. Maria zegt het in haar Lofzang:  ,,Hij herinnert zich zijn barmhartigheid jegens Abraham en zijn nageslacht, tot in eeuwigheid.”

Een jonge vrouw uit een dorp brengt de Zoon des mensen ter wereld. Zij zegt bij de aankondiging van de geboorte tot de engel Gabriël : ,,De Heer wil ik dienen: laat er mij gebeuren, wat u hebt gezegd.” Wat een overgave!

Sommige protestanten vinden de Mariaverering binnen de Rooms-Katholieke Kerk overdreven. Katholieken zeggen daarentegen dat protestanten haar rol onderschatten. In dat laatste schuilt zeker waarheid.  Want wat moet Maria als moeder wel niet meemaken. Zij krijgt van Simeon te horen dat er een zwaard door haar ziel zal gaan. Dat wordt werkelijkheid wanneer zij moet toekijken als het kind, dat we met Kerstmis nog zo vredig in de kribben zien liggen, Zijn rol als Messias vervult  en Zijn leven geeft voor onze zonden.

De  Lofzang van Maria, die gezegend is onder alle vrouwen, wordt in dat licht nog indrukwekkender:
,,Ik geef alle eer aan God. Ik juich voor hem, hij is mijn redder.

Hij koos mij uit, mij, een heel gewoon meisje.
Nu zal iedereen over mij zeggen: ‘Zij is gezegend.’
Want God, die machtig is en heilig, heeft iets geweldigs met mij gedaan.
Mensen die naar hem luisteren, behandelt hij met liefde, nu en altijd.
God heeft zijn kracht laten zien: hij jaagt iedereen weg die zichzelf geweldig vindt.
Koningen pakt hij hun macht af, en gewone mensen maakt hij belangrijk.
Arme mensen geeft hij veel, en rijke mensen krijgen niets.”

Een ‘heel gewoon meisje’ profeteert het: mensen die naar hem luisteren behandelt Hij met liefde, nu en altijd. Komt laten wij aanbidden: die Koning.
WS

 

Herdenken of gedenken?

De maand november heeft op verschillende momenten en verschillende plaatsen het karakter van een herdenken. In deze maand herdenken we dat 74 jaar geleden grote delen van Zeeland werden bevrijd en dat met veel offers. Begin december start het kerkelijk jaar met de periode van Advent, in november sluiten we het kerkelijk jaar af met Eeuwigheidzondag waarin we onze overleden broeders en zusters gedenken. Binnenkort vieren we ook met elkaar het Avondmaal, de maaltijd die Jezus Christus instelde met de opdracht “doe dat tot Mijn gedachtenis”.

Herdenken of gedenken, het lijkt hetzelfde en toch zit er een verschil in. Herdenken is iets of iemand vanuit het verleden in herinnering roepen, er weer even aan denken. Gedenken is meer, meer dan alleen er aan denken of herinneren. Gedenken heeft niet alleen met het verleden te maken, maar ook met het heden en met de toekomst. Het is iets of iemand naar je toehalen op zo een manier dat die gebeurtenis van toen of die persoon die ons ontviel een plaats krijgt en houdt in ons leven. Gedenken is iets of iemand een betekenis geven voor ons leven nu en voor de toekomst.

Het vieren van het Avondmaal is een gedenken, een steeds weer opnieuw doorleven van de betekenis van Jezus’ leven en sterven, niet alleen van toen, maar vooral ook voor nu, om er vanuit te leven voor vandaag en morgen, “tot onze troost……”.

Het gedenken van de bevrijding gaat verder dan het terugdenken aan de historische feiten van toen, het is ook een appèl op de betekenis van leven in vrijheid, in een land waar recht, rechtvaardigheid en barmhartigheid leidende waarden zijn. En …… hoe ik daaraan een bijdrage kan leveren. Een actueel en actief appèl dus.

Gedenken op de Eeuwigheidszondag is een doordenken van de betekenis van degenen die ons ontvallen zijn. Een betekenis die ieder op een eigen wijze zal ervaren, maar steeds het karakter heeft in vragen als: Zet ik de waarde-sporen van deze broeder en zuster voort? In de gemeente, in het dorp, in de straat? In een doordenken van het leven van de ander kun je soms ontdekken dat die ander een reus in wijsheid was en dat het een voorrecht is om even als klein mensje op de schouders van deze reus te zitten. Het perspectief op de schouders van een reus kan zoveel grootser zijn dan het beperkte-getob-aan-de-grond zoals je kan ervaren in het hier-en-nu. Dat maakt gedenken anders dan herdenken. Je poogt de andere als het ware naar je toe te halen en vraagt je af welke betekenis die ander heeft voor jouw leven nu, jouw keuzes voor morgen.

Graag wens ik een ieder een gedenkvolle maand, zowel in en met ons samenleven (bijv. het gedenken van onze bevrijding), in ons samenleven als gemeente (zoals in het gedenken in ‘t vieren van het Avondmaal), als in samen gedenken aan onze zusters en broeders zijn overleden (het gedenken op Eeuwigheidszondag).
JZ

Moe

Mattheüs 11 :8 Kom naar Mij toe, allen die vermoeid en belast zijn, en Ik zal u rust geven.

Bij de kerk van Lamswaarde

Jezus nodigt alle mensen uit die ‘vermoeid en belast zijn’.
Mensen die gebukt gaan onder zwaar werk.
Mensen die gebukt gaan onder het verlies van geliefden.
Mensen die gebukt gaan onder ziekte.
Mensen die gebukt gaan onder dingen die ze verkeerd hebben gedaan.
En het gaat om nog veel meer mensen, ja zelfs om alle mensen.

Na de zondeval zegt God in Genesis 3 dat de mens in het zweet des aanschijns zijn brood moet verdienen. Velen op de wereld doen dat voor een mager loon.
Rijken hoeven misschien niet te zwoegen. Toch zijn ook zij in ieder geval belast. In Genesis 3 staat namelijk ook dat de mens ‘tot stof wederkeert’. Dat geldt arm en rijk.

Je kunt je vermoeit voelen door de jachtige tijd waarin we leven of omdat je de nieuwe dingen niet meer kunt bijhouden.
Vermoeid kun je worden van het nieuws over rampen die zich voltrekken.
Vermoeid kun je worden van deze maatschappij waarin iedereen voor zichzelf moet opkomen, zelfs als het ten koste gaat van de ander.
Vermoeid kun je zijn door een conflict in je familie. Machteloos kun je je voelen wanneer je je kind niet meer kunt bereiken.

Het kan zo erg zijn dat het leven geen zin meer voor je heeft. Dan sta je op met gedachte: ,,Hoe moet ik deze dag doorkomen?”  De dichter van Psalm 89 zegt: Gedenk, o Héér, hoe zwak ik ben, hoe kort van duur; Het leven is een damp, de dood wenkt ieder uur; Zou ‘t mensdom dan vergeefs op aarde zijn geschapen? Wie leeft er, die den slaap des doods niet eens zal slapen? Wie redt zijn ziel van ‘t graf?”
Maar de dichter stopt hier niet. Hij zegt: direct daarop: help ons door Uw trouw, zoals U die aan David hebt gezworen

“Die ‘trouw’ komt tot uiting in de verlossing door Jezus Christus. Hem is gegeven alle macht op hemel en op aarde. Dat betekent dat dat wij zelf geen macht hebben. Dat we het stuur maar beter uit handen kunnen geven aan Jezus. De Goede Herder die Zijn leven gaf voor Zijn schapen. Hij geeft rust.

Wim Staat. (oktober)

Een goed gesprek – ’n mooie start voor een nieuw begin

“…… dat uw geest en uw denken voortdurend vernieuwd moeten worden……” Efeze 4:23 (NBV)

We ervaren verschillende momenten van een nieuw begin. Met oud-& nieuwjaar vieren met onze gehele samenleving een nieuw begin, met de advent start ons kerkelijk jaar en in september vieren we het begin van de seizoen-activiteiten in en met de gemeente, de Startzondag.

Vernieuwing is een door-en-door christelijk principe. Een nieuwe schepping worden is een diepgeworteld verlangen waar de Bijbel vol mee staat. Veel christenen verlangen dan ook naar een betere wereld, werken daar aan mee en worden blij als daar progressie in te zien is. In die zin zijn christenen eerder progressief dan conservatief en vieren een vernieuwing keer op keer.

Vernieuwing is wat anders dan veranderen. Veranderen heeft iets van anders doen, vernieuwen is iets toevoegen aan wat er al was en blijft daarom iets vertrouwds houden.

Het is mooi om zo ook met elkaar gemeente te zijn. Door bijv. de woorden van de zondagse erediensten zo op ons af laten komen dat er in ons iets vernieuwends groeit. Ook dat we contact hebben met elkaar waarin we elkaar beter leren kennen en ook beter begrijpen. Echt ontmoeten.

De Emmaüsgangers verlieten gedesillusioneerd Jeruzalem. Ze meenden dat alles veranderd was: Jezus was weg. Zij waren in gesprek met elkaar en deelden hun voelen en hun denken. Toen kwam er Iemand met hen meelopen, nam deel aan het gesprek, werd een deelgenoot en ……. de verandering bleek een vernieuwing te zijn: datgene wat er was, was niet weg, maar kreeg een nieuwe dimensie, namelijk dat Jezus was opgestaan. Het was de opgestane Jezus die met hen optrok. Later bespreken zij dat met elkaar: “was ons hart niet brandende in ons……”. Zo voelt vernieuwing.

Laten we als gemeentes in die gezindheid ook ons nieuw begin als gemeente ervaren, ook bij de Startzondag. Laat daarbij het onderlinge gesprek, de dialoog, een middel zijn tot vernieuwing van onze geest van ons denken. Dat voelt goed, dat maakt “ons hart brandende”.

We kunnen ons geen betere start van het nieuwe seizoen wensen: een warm hart voor elkaar en voor Degene die ons verbindt met elkaar: onze Here Jezus Christus.

Jan Zwemer (september 2018)

Louwerse’s Wegeling

Vakantie

Dan mag u niet werken (uit vers 14 van Deuteronomium 5)

Vakantie vieren is voor ons in Nederland volstrekt normaal. We ervaren het zelfs als een recht om een poos vrij te zijn en dan op reis te gaan. In de Bijbel is rust een belangrijk begrip. God rustte op de zevende dag, zo staat er in het scheppingsverhaal. Hij drukte de mensen op het hart om zes dagen te werken en daarna een dag te rusten. Het is zelfs een gebod en wel het vierde.

In onze samenleving komen mensen te weinig aan rust toe. Grote werkdruk, de digitale wereld die nooit stil staat, onzekerheid over de toekomst, problemen in gezinnen, spanningen op het werk en andere stressbronnen maken het leven

Molendijk Nieuwland

zwaar. Zo zwaar zelfs dat je er burn-out van kunt raken.  Dat overkomt velen.

Velen zullen deze zomer genieten van de natuur in het buitenland. Het kan ook langs de Louwerse’s Wegeling in Ritthem en in de Nieuwlandse polders. Waar je ook bent, ik wens je toe wat staat in vers 2 van Psalm 23: Hij laat me rusten in groene weiden en voert me naar vredig water.”

Wanneer je het zwaar hebt wens ik je toe wat er staat in vers 4 (Bijbel in Gewone Taal): Ik ben niet bang, ook al is er gevaar, ook al is het donker om mij heen. Want u bent bij mij, Heer. U beschermt me, u geeft mij moed.”

Wim Staat

Dichtbij God en dichtbij mensen

“……. En Zijn discipelen geloofden in Hem.” (naar Johannes 2: 11b)

In april sloten we het seizoen af van de Discipelschapscursus, een cursus van de Protestantse gemeenten Ritthem, Nieuw- en Sint Joosland en Arnemuiden (Gereformeerde Kerk). Vanaf september 2017 kwam een groep gemeenteleden om de twee weken bij elkaar en bespraken we met elkaar thema’s uit het boekje Discipelschap van L.M. Vreugdenhil.  één van de inzichten die we geleerd hebben is dat een kern van discipelschap van de Here een leven is (wat kan worden samengevat in):

Dichtbij God en dichtbij mensen

We spiegelden ons daarin aan wat Jezus ons laat zien, zoals we bijv. lezen in Johannes 2 (1-11) over de bruiloft te Kana. Datgene wat Henk Binnendijk in zijn boek Dichtbij God (2008) hierover schrijft wil ik vanuit onze cursus graag met u delen in deze meditatie van ons kerkblad: , In Johannes 2 wordt de Here Jezus op een bruiloft uitgenodigd (…).  Op die bruiloft raakte de wijn op. Dat was in mijn ogen (schrijver Henk Binnendijk) een goede gelegenheid geweest om met mensen over het evangelie te spreken: ze waren immers nuchter! Maar dat deed Jezus niet. Hij getuigde niet, Hij preekte niet en Hij bad niet, Hij ging ook niet stil in een hoekje zitten toekijken. Nee: Hij maakte nieuwe wijn, heerlijke wijn en wel zeshonderd liter. In opdracht van de hemel (…). Wat Hij deed was nieuwe wijn maken en vreugde brengen. Langzamerhand ging ik (HB) begrijpen dat dichtbij God zijn, niet betekent dat je dan ver van mensen bent. Integendeel, het geheim van het leven van Jezus was: dichtbij God en dichtbij mensen.” (einde citaat).

Dichtbij mensen zijn en dichtbij God zijn, het versterkt elkaar. Dat is een kern in ons gemeente-zijn, gemeenschap zijn, samen en dat vooral met vreugde.

Vreugde is als licht en warmte en dat verspreid zich (vanzelf).

De discipelschapscursus was een fijne cursus. Om de twee weken kwamen we bij elkaar. We kenden elkaar eerst nauwelijks, maar in korte tijd kreeg iedere avond een meer vertrouwd karakter, waarin een gezellige en aansprekende sfeer de toon van de avonden zette. Ook omdat we nieuwsgierig waren naar wat we elkaar te zeggen hadden. Een echte praktijk van “dichtbij mensen en dichtbij God” en wellicht is dat een kern van kerk-zijn, ook in onze dorpen.

In september aanstaande gaan we verder met de cursus. Iets voor jou, voor u? Weet je welkom!!

Jan Zwemer

Een aorigen

Kom vlug naar beneden, want vandaag moet ik in jouw huis verblijven’ (Lucas 19:5).

Zacheüs was iemand die ook in onze tijd met de nek zou worden aangekeken. Hij inde belastinggeld dat hij overdroeg aan de bezetters, in dit geval de Romeinen. Zacheüs werd daarom als verrader beschouwd en geminacht.

Zo ging het ook in de Tweede Wereldoorlog. Aanhangers van de NSB, (de met de Duitsers sympathiserende partij die als enige was toegestaan) ventten toen op straat hun blad Volk en Vaderland. Daar hebben ze toen nog een liedje van gemaakt: hij verkoopt zijn vaderland, voor een paar losse centen”.

In Lucas 19 staat dat Zacheüs in de boom klimt omdat Jezus langs komt. Hij verstopt zich in het gebladerte en is zo onzichtbaar voor anderen. Maar Jezus ziet hem. Tot verbijstering van de omstanders vraagt Hij hem naar beneden te komen, zodat Hij hem kan bezoeken. Bij zo iemand! Uitschot van de samenleving!

Ook in onze tijd is er ‘uitschot’. Zoals verwarde mensen, veelal mannen. Door allerlei oorzaken, zoals verlies van de partner of ontslag, komen mensen aan de kant te staan. Sommigen kiezen dan voor het isolement. Ze kruipen weg, zoals Zacheüs deed. Zonderlingen die je beter maar links kunt laten liggen. In de Zeeuwse streektalen heet zo iemand al gauw een aorigen, elders zijn hardere varianten als bij voorbeeld ‘achterlijke gladiool’.

En dan komt Jezus uitgerekend bij zo iemand op bezoek. Dat verhaal staat er niet voor niks. Het slot van het liedje is dat Zacheüs, die door Jezus bij zijn naam wordt genoemd, tot inkeer komt. Hij geeft wat hij frauduleus van mensen afhandig maakte viervoudig terug en de helft van zijn bezit is voor de armen.

Voor Jezus is iedereen waardevol. Zouden wij dan onderscheid maken?

WS Kerkblad april 2018

Dooi

Hij geeft een bevel – sneeuw en ijs smelten weer. Psalm 147 vers 18

Geen volk praat zo graag over het weer als het onze. Daar verbazen buitenlanders zich over. Hoe verdeeld we ook zijn; het weer schept een band. Bij hitte krijgen lopers van de Vierdaagse overal water en andere verfrissingen aangereikt. Mensen die elkaar anders amper begroeten praten ineens honderduit met elkaar bij extreem weer. Het werd op oudejaarsavond allemaal getoond in het tv-programma ‘Door weer en wind” van de serie ‘Andere Tijden’.

Volgens onderzoek is dat zo omdat we Nederland grotendeels zelf maakten door inpolderingen. Dat hebben we goed in de hand, maar het weer niet. Dat maakt ons onzeker. Dus zien we ijzel, sneeuw en droogte als een vijand, die we samen bespreken en te lijf gaan.

De verzen 15 t/m 18 van Psalm 147 handelen over het weer. Dat gebeurt in een sfeer alsof de Grote Stuurman knoppen bedient. Dat zien de meeste mensen, ook gelovigen, tegenwoordig anders. We hebben te maken met klimatologische wetten en gebeurtenissen. Maar wie gelooft dat de aarde niet vanzelf ontstond, ziet de hand van de Schepper in het klimaat. En voor allen geldt dat we aan de weergoden zijn overgeleverd, of ze nu warmte of kou brengen.

In ons gemoedsleven kan het net zo vriezen of dooien. Je kunt je machteloos voelen, net zoals bij extreem weer. Zoek het dan bij God. Denk aan Lied 904: Beveel gerust uw wegen. Daar wordt gesproken over Hem die ook wel wegen zal vinden, waarlangs je voet kan gaan. Want, zo staat in Psalm 147, Hij kan sneeuw en ijs doen smelten, zodat je verder kunt.

Wim Staat  kerkblad februari 2018

Het goede doen

“Laten we daarom het goede doen, zonder op te geven…….”

Galaten 6:9

Een manier om me te bewegen in ons samen-leven is via de sociale media als facebook, twitter, linkedin en whatsapp. Meer en meer krijgen we te maken met internet en middelen die daarmee voor ons beschikbaar komen. Onze tekst in deze meditatie zou de handleiding moeten zijn voor de sociale media: “het goede doen….”. Sociale media is een manier van verbinden tussen mensen wat we ten goede of ten kwade van elkaar kunnen gebruiken. Welke keuze we daarin maken ligt binnen onze verantwoording.

Er zijn verschillende systemen die ons als mensen verbinden, ook heel letterlijk.

Water komt naar ons toe via een systeem van verbondenheid, water nemen we tot ons, we leven ervan en we geven het elkaar. De riolering is ook een systeem van verbondenheid, maar dan van ons af. Hoe gebruik ik sociale media, als een waterleiding of als een riool ?

Ook als gemeenschap van gelovigen hebben we daarin mogelijkheden en ook keuzes, ook naar elkaar toe. “Laten we daarom het goede doen, zonder op te geven….”  In onze samenleving lijkt het vermogen om ons op de ander te richten kleiner te worden. Ik denk dat ons gebruik van sociale media aan deze verzwakking bijdraagt. Moet je dan maar geen gebruik maken van facebook of twitter? Een keuze die te respecteren is. Als je er gebruik van maakt is de vraag op welke wijze je dat doet, als waterleiding of als riool. Ik denk dat we (ook als gemeenschap van gelovigen) de “water-kwaliteit” van onze sociale m media kunnen versterken, ook om ons respect en ons begrip tussen mensen zichtbaar te maken.

Huub Oosterhuis noemt dat beschaving. In zijn prachtige werk Jij die mij ik maakt (2008) verwoordt hij het zo: “Inleving, begrip, respect, solidariteit tussen mensen is het perspectief van onze beschaving. Dat je leert denken vanuit de ander, met name vanuit die anderen die nietig zijn, bedreigd, op de vlucht, arm. Dat je leert kijken naar deze wereld met de ogen van de arme, de vluchteling, de ontheemde voor wie de wereld onveilig en bedreigend is. Dat is beschaving.”

“Laten we daarom het goede doen, zonder op te geven…….”, ook in deze decembermaand, ook rond de jaarwisseling, op weg naar een nieuw jaar.

Graag wens ik ieder van harte Gods zegen toe en een jaar waarin we elkaar mogen ervaren als een “Jij die mij tot ik maakt”

Jan Zwemer, kerkblad december 2016

 

Amen

Ik geloof! Kom mijn ongeloof te hulp. Markus 9 : 24b

,,Alles is mogelijk voor wie gelooft.” Dat zei Jezus tegen de vader van een door een geest bezeten zoon. De discipelen konden de jongen niet genezen. Nu stond de vader voor Jezus met de vraag of Hij iets kon doen. Het antwoord luidt; ,,Of ik iets kan doen? Alles is mogelijk voor wie gelooft”. Dit kwam aan de orde tijdens de preek die Peter Riemens hield op zondag 15 oktober.

De vader zei:  ,, Ik geloof! Kom mijn ongeloof te hulp.” En dat is een herkenbaar antwoord, want wie twijfelt er nooit?  ,,Wie ben ik nou eigenlijk?” ,,Waarom doe ik toch steeds dingen die ik liever had nagelaten?” Zulke gedachten leiden tot twijfel. En een zondig mens kan altijd gronden voor twijfel vinden.

Die man uit het verhaal getuigde van geloof en ongeloof. Het bestaat dus naast elkaar. Dat de man twijfelde was voor Jezus geen reden om hem weg te sturen, integendeel. Hij schonk die twijfelaar genade door diens  zoon te genezen.

Gods genade is oneindig groot. Dat staat als een paal boven water. Daar mag je amen op zeggen. En wanneer je dat doet spreek je vertrouwen uit. ‘Amen’ komt namelijk van het Hebreeuwse  ‘amam’  en de betekenis luidt ’ja zo is het’.

‘k Stel mijn vertrouwen op de Heer, mijn God.
Want in zijn hand ligt heel mijn levenslot.
Hem heb ik lief, zijn vrede woont in mij.
‘k Zie naar Hem op en ‘k weet: Hij is mij steeds nabij.

Amen

Wim Staat, november 2017

Fijn dat je er bent………!

“En laten we op elkaar acht geven ……” Hebr. 10:24

“Goed dat je er bent!” “Welkom!” Het zijn warme woorden die ons bemoedigen. Woorden die we in de wereld om ons heen steeds minder lijken te horen, althans als je je vooral door de media laat informeren. Meer en meer lijken we op onszelf te zijn en voelen we ons aan onszelf overgeleverd. Recent constateerde GGD-Zeeland in haar onderzoek naar eenzaamheid dat onder ouderen de eenzaamheid de laatste jaren fors toeneemt. Daarnaast is het opvallend dat ook de eenzaamheid onder jongeren toeneemt. Met het intens gebruik van sociale media en internet blijkt het bouwen van een geheel eigen en afgeschermde wereld mogelijk. Dit alles kan ertoe leiden (lijden) dat zich een gevoel van “niet-welkom-zijn” ontwikkelt. Een “er-niet-mogen-zijn” wat zich kan uiten in een beleven van “er niet meer toe doen”, een zekere overbodigheid.

Gelukkig zijn er in wereld van de zorg signalen die duiden op een tegenbeweging. Zo lijkt de bevestigingstheorie van psychiater Anna Terruwe (overleden in 2004) weer aan kracht te winnen. Zij stelde dat de kern van ons mens-zijn opbloeit als we elkaar bevestigen, elkaar zeggen en laten merken dat je gezien wordt, dat je ertoe doet! Hoogleraar Andries Baart wint meer en meer terrein, ook in zorg-opleidingen, met zijn Presentietheorie. Wees aanwezig, wees present! “Er zijn” is fundamenteel in ons mens-zijn, voor onszelf en zeker voor de ander. “Zijn” is vele malen waardevoller dan “hebben”.

Dat blijft mij bezighouden, ook na de bemoedigende preek van ds. de Lange op 10 september. Een preek n.a.v. Hebreeën 10:19-25, een preek die we via onze nieuwe website na kunnen luisteren (zie elders in Kerkelijk Nieuws).

Mijn aanwezig-zijn, in de kerk, maar ook op straat, in onze dorpen, in ons praatje, ons “buurten”  is een bemoediging voor de ander. Niet zozeer de vraag “wat heb ik aan de kerk?” staat centraal, maar de motivatie “hoe kan ik er voor de ander zijn”. Mijn aanwezigheid is een bemoediging voor de ander. Niet “waar was jij afgelopen zondag!?”, maar er-zijn. Dat betekent iets voor de ander, de ander die je dat misschien helemaal niet vertelt.

Wat bijzonder is het om dat te ervaren aan elkaar. Waarom, waartoe, met welke bedoeling?

Ds. de Lange gaf het op 10 september kort en krachtig weer, als een opdracht: Liefhebben en het goede doen……!   Of, zoals in de Hebreeën-brief staat:

“….. en laten we op elkaar acht geven ……”

Jan Zwemer. oktober 2017

Harde woorden

Simon Petrus gaf antwoord: ‘Naar wie zouden we moeten gaan, Heer? U spreekt woorden die eeuwig leven geven. Johannes 6 vers 60

Wij leven in een tijd van kerkverlating. Daar gaat het ook over in Johannes 6. Jezus heeft in Galilea wonderen verricht en gepreekt. De broden en vissen die worden uitgedeeld gaan erin als koek. Maar de stemming slaat om wanneer Jezus zegt dat Hij kwam om de wereld te redden. Niet van de Romeinen, maar van de dood. , Mijn lichaam is het ware voedsel en de ware drank”, luidt de boodschap. Alleen door Mij kun je tot de Vader komen, zo klinkt het ook.

Die preek wordt niet gepruimd. Veel leerlingen trokken zich terug en gingen niet verder met Hem mee, zo staat er. Kerkverlating in Galilea. Men vindt dat Jezus harde woorden spreekt.

Net als toen klinkt ook nu de vraag: Willen jullie soms ook weggaan?” Petrus’ antwoord staat boven dit stukje. Een vervolgvraag kan zijn: Als je Jezus niet wilt volgen wie volg je dan? Maar dat is een ander verhaal.

De boodschap van verlossing door het offer van Christus wordt ook in onze tijd verworpen. Dat is niet zo verwonderlijk in een cultuur waarin de nadruk wordt gelegd op carrière maken en opkomen voor jezelf. Waarvan de geur kan uitgaan dat de mens zichzelf uit het moeras kan trekken.

Aan het begin van het nieuwe seizoen klinken Petrus’ woorden als een oproep tot ons. ‘Naar wie zouden we moeten gaan, Heer? U spreekt woorden die eeuwig leven geven’. Harde woorden? Nee, genadewoord!

Wim Staat,  september 2017