Overdenkingen

Overdenking september 2020

Gods nabijheid

“Mijn hart zegt U na: zoek Mijn nabijheid. Uw nabijheid Heer, wil ik zoeken.” Psalm 27 : 8

Nooit eerder stond elkaars nabijheid zo in de belangstelling dan in deze corona-tijd. Door de mindere en andere onderling contacten kan het zomaar zijn dat je ervaart dat je contact met God ook dunner wordt. Natuurlijk hoeft dat niets met corona te maken te hebben, maar toch …… onze contacten als gemeente en gemeenteleden zijn anders dan voorheen: we spreken elkaar minder, onze kerkgang (huis van samenkomst) is anders of is er (nog) niet en als je al de erediensten bezoekt: we zitten op afstand van elkaar, we zingen niet.

Het kan allemaal inbreuk doen op ons ervaren van nabijheid met God, onze Heer en Heiland.

Rond die gevoelen las ik Psalm 27, een psalm van David.
In de eerste vier verzen van deze psalm heeft David een top-ervaring met zijn God “de Here is mijn licht en mijn heil, voor wie zou ik vrezen?” Maar vanaf vers 4 slaat dat om, hij voelt zich omringt door vijanden en hij zou graag willen zingen voor de Heer, maar ja …….. hij voelt zich in de knel en is God kwijt (“verberg Uw aangezicht niet voor mij”).

Hoe gaat David daarmee om? Hij spreekt zichzelf toe, in zijn bidden: Hoor, Here, hoe ik luid roep, wees mij genadig en antwoord mij ….. en dan: “Mijn hart zegt U na: zoek Mijn nabijheid. Uw nabijheid Heer, wil ik zoeken.”

David herinnert zich uit een eerder contact met zijn God de uitnodiging om in Zijn nabijheid te komen en zegt dat nu tegen zichzelf. Hij herinnert zich Gods woorden als een belofte en haalt deze als het ware nu naar zich toe, juist nu de afstand tussen hem en God zo groot wordt ervaren: “Uw nabijheid Heer, wil ik zoeken.”

Gaat het dan direct anders? Dat niet, maar het vertrouwen in Zijn God groeit: “….. toch neemt de Here mij aan!” (:10) en dat biedt perspectief, hoop en verwachting: “onderwijs mij, Here, en leid mij op een effen pad….” (:11)

En dan de finale, een belijdenis. Laten we het met David belijden (uitspreken dat je gelooft) zoals deze psalm in het Liedboek wordt vertaald:
O als ik niet met opgeheven hoofde
Zijn heil van dag tot dag (!) verwachten mocht
O als ik van Zijn goedheid niet geloofde,
dat Hij te vinden is voor die Hem zocht!
Wees dapper, hart, houd altijd goede moed!
Hij is getrouw, de bron van alle goed!
Wacht op de Heer, die u in zwakheid schraagt,
wacht op de Heer en houd u onversaagd.

Gods nabijheid zoeken. In ons persoonlijk omgaan met God, ons gebed, ons zingen, thuis, alleen, met anderen, in de kerk, vanuit het hart, stil tot God en dat in verbondenheid met elkaar, als zusters en broeders (deelgenoot zijn), in de nabijheid van onze Heer en Heiland.

Deze meditatie wil ik graag besluiten met een bedewens voor u allen, voor jou (Opw. 488):
Heer, ik kom tot U;
neem mijn hart, verander mij
als ik U ontmoet,
vind ik rust bij U.
Want Heer ik heb ontdekt,
dat als ik aan uw voeten ben,
trots en twijfel wijken
voor de kracht van uw liefde!

Jan Zwemer

overdenking zomer 2020

Rust een tijdje

Markus 6 : 31: Hij zei tegen hen: ‘Ga nu mee naar een eenzame plaats om alleen te zijn en een tijdje uit te rusten.’

Druk, druk, druk! Dat is van alle tijden, zo bewijst  Markus 6. De discipelen zijn net terug van een rondreis. Ze hebben het blijde nieuws over Jezus rondverteld en mensen genezen. Jezus hoort hun verslagen aan. Als ze daarmee klaar zijn zegt Hij: ‘Ga nu mee naar een eenzame plaats om alleen te zijn en een tijdje uit te rusten.’

Vakantie vieren was er nog niet bij in de Bijbeltijd, ook al maakten de mensen toen ook al verre reizen. Denk maar naar de koningin van Seba, die uit Ethiopië of Jemen naar Jeruzalem kwam om Salomo te kunnen bezoeken, die internationaal bekend stond om zijn wijsheid.
Ook al ontbreekt het woord vakantie, rust is wel een belangrijk begrip in de Bijbel. Het begint al in hoofdstuk 2 van Genesis. Daar staat: Op de zevende dag had God zijn werk voltooid. Op die dag rustte Hij van het werk dat Hij gedaan had.”

God adviseert ons om een beetje uit te rusten. Veel mensen zullen dat in eigen land doen. Het kan ook vlakbij. Elders op de website drie tips om even bij te komen in de regio.

Een fijne zomer toegewenst.

WPS

overdenking juni 2020

Zullen we ons door God laten bemoedigen en versterken?
“Laat onze Heer Jezus Christus zelf, laat God, onze Vader, die ons Zijn liefde heeft betoond en ons in Zijn genade eeuwige troost en goede hoop heeft geschonken, u bemoedigen en u sterken bij elk goed werk en elk goed woord” 2 Tes. 2 : 16-17 (WV)

Op de dag dat ik deze meditatie schrijf staat deze tekst in het Dagteksten boekje. Laten we de tekst kort en mediterend doorlopen.

“Laat onze Heer Jezus Christus zelf,……”
een oproep tot een persoonlijke benadering van onze Heer en Heiland. Onze gebeden richten we tot Hem, Hem vragen we om in ons leven te komen. Het is zo bijzonder om te geloven in een persoonlijke God, niet anoniem, niet abstract, maar in een relatie.

“…… laat God, onze Vader, die ons Zijn liefde betoond……..”
de oproep wordt nog persoonlijker: onze Vader. Onze …… we zijn met elkaar een gemeenschap die zich verbonden met elkaar weet als in een gezin, kinderen van een Vader. Een Vader die zich actief verbindt met Zijn kinderen met Zijn liefde. De geloofsrelatie met onze God heeft iets intiems en iets van die intimiteit delen we met elkaar in ons gemeente-zijn, als zusters en broeders.

“…… en ons in Zijn genade eeuwige troost en goede hoop heeft geschonken,…….”
een ervaring van een geloofs-gezinslid: het ontvangen hebben van eeuwige troost en goede hoop en dat voor niets, voor noppes, uit genade. Gewoon ontvangen omdat de handen leeg waren.
En ….. niet zomaar troost, het is eeuwige troost, troost die permanent verankerd is in je wezen. Het is niet zomaar hoop, het is goede hoop. Hoop die verankerd is in geloof en liefde is hoop die je optilt en boven de beperkingen van corona, van ziekte en van dood verheft en perspectief biedt.

“Laat …….. u bemoedigen en u sterken bij elk goed werk en elk goed woord.”
Vanuit de persoonlijke geloofsrelatie, geworteld in de liefde van onze hemelse Vader, getroost en vol goede hoop, staat ons hart en ons leven open voor bemoediging. Moed die je niet zelf hebt, maar die op je afkomt en die je binnen kunt laten (is echt ‘n keuze). Het is een kwestie van toelaten, toelaten dat Hij je bemoedigt. Waarom? Om je te sterken met elk goed werk en elk goed woord.
Als je moedeloos bent, als je je afvraagt hoe het nu toch verder moet in deze corona-crisis, ook met het gemeente-zijn, de erediensten, de contacten die je zo mist, als je gedeukt bent door verlies, misschien van een dierbare naaste: laat je bemoedigen. Wees ontvankelijk en open je handen, je hart.
Zo krijg je energie en vitaliteit (sterken) om goed werk te doen, ook in jouw thuis, je straat, in het midden van onze dorpen, in het midden van onze kerkelijke gemeente.
Zo krijg je energie om een goed woord te spreken. Goed spreken van elkaar, met elkaar en over elkaar.

Misschien is dat wel de kern-opdracht van ons gemeente-zijn, juist na Pinksteren en juist in deze tijd de vele corona-beperkingen: elk goed werk doen wat ons voor handen komt en elk goed woord zeggen wat ons op het hart en op de tong ligt. Als we ons laten bemoedigen, dan valt ons dat gewoon toe. Dat is dan geen toeval, neen, dat valt ons toe……. zomaar !

Vrede en alle goeds,

JZ

Overdenking april 2020

Gooi jullie netten uit om vis te vangen

Jezus zoekt helpers. Dat blijkt uit Lucas 5, waar bovenstaande woorden staan. Hij staat aan het meer van Genezareth, ook wel Meer van Tiberias genoemd. Op de oever staat een massa mensen. Zij willen de man zien en horen die zieke mensen geneest en nog meer wonderen verricht.

Jezus stapt in de boot van Simon Petrus en vraagt hem een eindje het meer op  te varen. Dan heeft Hij de ruimte om hen van over het water toe te spreken. Na zijn toespraak vraagt Hij Simon om naar diep water te varen en de netten uit te gooien ‘om vis te vangen’. Nu heeft Simon veel vertrouwen in Jezus. Hij heeft immers, zo staat in Lucas 4, kort daarvoor diens zieke moeder genezen. Maar heeft Jezus ook verstand van de visserij? Simon twijfelt er aan en zegt: ,,Meester, de hele nacht hebben we ons ingespannen en niets gevangen.”

Toch vaart Simon uit. Hij zegt: ,,Maar als U het zegt zal ik de netten uitwerpen”.  De aarzeling van Simon is verklaarbaar. De vissen komen ’s nachts naar boven, omdat het dan koel is. Wie gaat er nu overdag varen wanneer de vangst naar de bodem van het Meer is gezwommen? De uitkomst van de nutteloos lijkende onderneming is onverwacht. De netten zitten zo vol dat ze beginnen te scheuren.  Het kost moeite om de vangst aan wal te krijgen.

Simon is verbijsterd over dit resultaat en schaamt zich volgens uitleggers over de twijfel die hij eerder uitsprak over de kennis van Jezus over de visserij. Hij roept dan ook uit; ,,Ga weg van mij Heer, want ik ben een zondig mens”. Maar Jezus gaat niet weg. Nadat Hij aan het begin van het hoofdstuk de boot van Simon nodig had om zijn boodschap te preken, vraagt Hij hem nu voor de tweede keer om hulp. ,,Wees niet bang. Voortaan zul je mensen vangen.”

Die boodschap raakt alle mensen die Jezus volgen. God wil jou gebruiken. Jij die afhankelijk bent van zijn genade. Gooi dus je netten maar uit, ook op plekken waarvan jij denkt niets te vangen. In een wereld waarvan je denkt dat die niet op de Blijde Boodschap zit te wachten.

Ik sluit af met een gezang (klik hier voor opname) dat we zongen in de kerk tijdens onze vakantie op Ameland. Het lied is vooral onder Doopsgezinden heel bekend:

,, Ik voel de winden Gods vandaag:
vandaag hijs ik het zeil.
Gehavend is ’t zwaar van schuim,
maar ‘k hijs en hoop op heil!
Want Christus zelf, als stille gast
reist in mijn scheepje mee.
Op Zijn bevel durf ‘k uit te gaan
op wilde, hoge zee!

 De tranen die ik heb geweend,
zijn door Gods wind gedroogd.
Ik denk niet meer aan wat voorheen
vergeefs ik heb gepoogd.
Maar met vernieuwde levensmoed
neem ik een vast besluit:
Ik voel de winden Gods vandaag
en zeil de haven uit!”

 O, laat mij nooit vergeten, Heer,
hoe Gij uw liefde toont.
Doe mij bedenken, hoe U wreed
met doornen werd gekroond.
En, wijze Loods, als ik het waag
en weer de zeilen hijs,
Nu ‘k voel de winden Gods vandaag.
Leid Gij mij op mijn reis!                     WPS

Bovenstaandeoverdenking was voordat de coronacrisis zich in alle hevigheid openbaarde al geschreven met het oog op de herbevestiging van diaken Nel Kamp en de ouderlingen Jan Zwemer, Corry van Waarde en Wim Staat die was voorzien voor zondag 15 maart.

overdenking maart 2020

Leef met elkaar mee  (uit 1 Petrus 3 vers 8)

De eerste brief van Petrus staat vol met aanwijzingen over hoe een gelovige zich moet gedragen. De toon van de brief is aan de andere kant ook bemoedigend.  De aangehaalde woorden ‘leef met elkaar mee’ zijn een vermaning om elkaar te bemoedigen.

Ziende op ziekte en rouw in onze gemeenten zijn die woorden van grote betekenis. Wanneer  een deel van het lichaam lijdt, dan lijdt het hele lichaam. Dat is letterlijk zo, maar in de gemeente ook figuurlijk. Het geeft aan dat we delen in het lijden van elkaar. In 1 Korintiërs 12 staat het zo: ,,Wanneer één lichaamsdeel pijn lijdt, lijden alle andere mee.”

Een opwekking om elkaar bij te staan. Het gaat om medelijden. Niet om iets zielig vinden. Het gaat hier om de betekenissen mededogen, medeleven en compassie. Het gaat om meevoelen met het lijden van een ander. En dat met de ogen van Jezus die de mensenmassa’s overzag en ‘met ontferming was bewogen’.
WPS

overdenking januari 2020

Wees een zegen

Bovenstaande drie woordjes zijn een verkorte versie van Genesis 12 vers 2b. Daar staat: een bron van zegen zul je zijn”.

Deze oproep klonk op Nieuwjaarsdag tijdens het door Christiaan van Mourik geleide morgengebed. Het zijn treffende woorden aan het begin van 2020. De wereld is vol van onrust. Wat zal dit jaar brengen?

Abraham leeft in een samenleving die zich van God noch gebod wat aantrekt. Een wereld van mensen met sterallures die een toren willen bouwen die tot in de hemel moet reiken. Dat lijkt op onze tijd.

Abraham krijgt  te horen dat hij op reis moet naar een land dat God hem zal wijzen. Uit hem zal bovendien een groot volk voortkomen. Wat moet een kinderloze man van 75  nu aan met zulke woorden? Abraham twijfelt niet, maar gelooft wat God zegt. Hij  trekt naar het beloofde land en krijgt een zoon. Uit hem komt het volk Israël voort en uiteindelijk Jezus Christus, de Verlosser die de hele wereld zegent.

Abraham stelt zijn vertrouwen op God, te midden van een wereld die het meent zonder de Schepper te kunnen doen. De woorden ‘Wees een zegen’ zijn een oproep om goed te doen rond je heen. Een oproep om een lichtje te zijn, juist als het donker is. In het vertrouwen dat er EEN aan het eind van de reis wacht met wijd geopende zegenende armen.

WS

Overdenking december 2019

Lang verwacht, zien …… omarmen en zingen !

Dat is een korte samenvatting van de ontmoeting van Simeon met de jonge Jezus (40 dagen oud), zoals we dat lezen in Lukas 2 vanaf vers 25: lang verwacht, zien, omarmen en zingen.

Het lijkt in eerste instantie op een ontmoeting van een opa en zijn kleinkind. Een zelfde teerheid wordt voelbaar als je dit Bijbelgedeelte leest en herleest. Wanneer je daar afbeeldingen van Rembrandt bij neemt en de weergave vanuit deze schilderijen tot je neemt, dan gaat niet alleen de liefde uit dit gedeelte spreken, maar zeker ook het licht. Het licht waar Simeon in zijn lofzang het over heeft (vers 32) is op onnavolgbare wijze door Rembrandt geschilderd.

Simeon had lang uitgekeken naar dit moment. We weten niet hoe lang de advent van Simeon duurde, maar dat was vast langer dan een paar weken zoals wij dat kennen in het kerkelijk jaar. Advent was het leven van Simeon. Verwachting, het zit zelfs in de naam van Simeon, die verhoring of luisterend betekent. Als hij Jezus met zijn ouders de tempel binnen ziet komen, neemt hij het Kind in zijn armen en looft God. Hij herkent in Jezus de Heiland.

Advent, niet alleen voor jongeren, ook voor ouderen. Juist voor ouderen kan het soms moeilijk zijn om de verwachting gaande te houden, om het verlangen naar de Heiland levend te houden. Stil zijn voor de Heer, Zijn nabijheid zoeken, gebed, woorden van bemoediging en troost zoeken en lezen, het zijn wegen om het heil te blijven verwachten, het Heil, de Heiland. Zoals Simeon.

Laten we zo de advent ingaan, kerst vieren, de komst van Here Jezus in ons bestaan ankeren, als een houvast. Ook een houvast voor het nieuwe jaar 2020 wat we met elkaar in mogen treden: verwachtend, ziend, ervarend (omarmend) en zingend.

Zingend 2020 in!!

JZ

Overdenking november 2019:

Twijfel

Twijfel is een veel voorkomende eigenschap. Ook mensen die heel zelfverzekerd lijken kunnen er aan onderhevig zijn. Het leven stelt je steeds voor keuzes. Zal ik opstaan of blijf ik nog liggen? Wat zal ik  aantrekken? Zal ik de was buiten hangen of toch maar binnen, want ik betwijfel of het droog blijft. Zal ik even langs gaan bij een bepaald iemand? Misschien zit zij of hij er helemaal niet op te wachten!

Je kunt overal aan of over twijfelen. Dat geldt ook het geloof. Dan komen er stemmetjes die zeggen: ,,Ik ben helemaal geen goed mens” of ,,Zou Gods genade ook voor mij zijn? Ik durf het  niet te geloven!”

Je staat niet alleen als je twijfelt. De Bijbel geeft voorbeelden van mensen die dat ook deden. Zie wat er volgens Mattheüs 28 gebeurt wanneer Jezus na zijn opstanding verschijnt aan zijn leerlingen: ,,En toen ze hem zagen bewezen ze hem eer, al twijfelden enkelen nog”.

Wat te denken van de vader in Marcus 9 die met zijn bezeten zoon bij Jezus staat? Hij roept uit: ,,Ik geloof, kom mijn ongeloof te hulp”

Hoeveel mensen hebben een sterk geloof?  Op hoge toppen kunnen  diepe dalen volgen. Je kunt zelfs tot wanhoop worden gedreven.

Dominee Melse zei tijdens een preek  in Ritthem eens dat er meer dan 21.000 beloften in de Bijbel staan. God weet hoe wij mensen zijn. Dus roept Hij uit ons alle hoeken van de Schrift toe: ,,Vreest niet”. Zoals in Jesaja 41: ,, Wees niet bang, want ik ben bij je, vrees niet, want ik ben je God.“ Goddelijke woorden. Zeg er maar ‘amen’ op.

De genade kan ver uit het zicht raken en wij mensen kunnen elkaar  het geloof niet aanpraten. Maar één ding is heel zeker, namelijk dat God alles over had voor ons behoud.

Tot slot een behartenswaardige opmerking die stamt uit het oude doopsformulier: ,,En als wij soms uit zwakheid in zonden vallen, zo moeten wij aan Gods genade niet twijfelen”. Dat zijn mensenwoorden. Maar ook daar kun je ‘amen’ op zeggen.

WS

Overdenking oktober 2019:

Een goed gesprek – leermomenten uit de gesprekken van Jezus

Een goed verhaal. Een goed gesprek. Het zijn thema’s in de startdag van het gemeentewerk. In dat verband willen we kijken welke kenmerken de ontmoetingen van Jezus hadden in de tijd dat Hij op aarde was? En wat kunnen wij daarvan leren? Daarover schrijft ds. H.J. van der Veen in zijn boek ‘In gesprek. Bijbelstudies over ontmoetingen met Jezus’.

Zeven lessen uit de gesprekken van Jezus op een rij (bron: CIP.nl) – een bewerking.

1)Jezus spreekt met allerlei mensen
“Jezus gaat in gesprek met geleerde en eenvoudige, gezonde en zieke, rijke en arme, machtige en eenvoudige mensen. Man, vrouw, allochtoon of autochtoon, de Here Jezus gaat niemand uit de weg,” zegt ds. Van der Veen. Daarin ligt volgens de predikant uit Sliedrecht een uitdaging voor christenen. “Wij beperken onze contacten misschien snel tot ons-soort-mensen. Jezus geeft het voorbeeld om ongehinderd contact te hebben met iedereen. Dat is vooral een kwestie van gewoon doen.”

2)Jezus voert de meeste gesprekken op straat
“Iemand heeft eens uitgerekend dat in de Bijbel 132 gesprekken van de Here Jezus staan beschreven,” vertelt ds. Van der Veen. Daarvan voerde Hij er zes in de tempel, vier in de synagoge en 122 op straat. Slechts tien gesprekken uit de Bijbel vinden dus plaats binnen de kerkelijke setting. “Dat had ik zelf ook niet gedacht. Christenen van nu voeren vooral binnen de kerk geloofsgesprekken. Maar kijk naar Jezus: Hij sprak zeker ook binnen de muren van de kerk. Toch vonden de meeste gesprekken plaats tijdens Zijn dagelijkse rondwandeling op straat, in huizen of op het dorpsplein.”

Jezus en de Samaritaanse vrouw., geschilderd door Paolo Veronese (1528-15880

3)Jezus richt zich op het hart van de mens
Een mooi voorbeeld daarvan is het gesprek dat de Here Jezus voerde met de Samaritaanse vrouw. “Jezus sluit aan bij haar behoefte aan water en komt zo uit bij wat ze echt nodig heeft: levend water. Hij dringt door tot de behoefte die in haar hart leeft. In gewone gespreksonderwerpen – wij zouden zeggen ‘koetjes en kalfjes’ – ziet Jezus aanleiding voor een goed geestelijk gesprek. Hij komt zomaar van het alledaagse bij het geestelijke. Het is een kunst om te kijken wat er achter iemands nood schuil gaat, zoals Jezus deed.”

4)Jezus heeft oog voor de hele mens
Dat Jezus oog heeft voor de hele mens, zien we bijvoorbeeld terug als Hij spreekt met de Kananese vrouw. “Jezus maakt haar dochter gezond. Zo heeft Hij niet alleen oog voor het hart, maar net zo goed voor het lichaam en onze gezondheid. Het is niet zo dat de rest voor Hem niet belangrijk is. Hij heeft oog voor hart, handen en hoofd.” Zo zouden christenen van vandaag bijvoorbeeld niet alleen kunnen bidden voor een gemeentelid dat naar het ziekenhuis moet, maar ook kunnen aanbieden om te rijden.

5)Jezus geeft niet op alle vragen antwoord, maar Hij wijst wel de weg
Jezus stelt vaak een wedervraag in plaats van dat Hij een antwoord geeft. Bijvoorbeeld bij de vrouw die betrapt is op overspel. Als haar beschuldigers zijn afgedropen, vraagt Jezus haar: ‘Waar zijn die aanklagers van u? Heeft niemand u veroordeeld?’ “Jezus doet dit om ons zelf te laten nadenken over de vraag en het antwoord daarop. Het zou makkelijker zijn als Hij het antwoord geeft. Dan hoeven wij niet meer na te denken.” Ook hierin vormt Jezus een voorbeeld voor hoe wij met anderen kunnen spreken. “Wij weten soms geen antwoord op vragen die mensen stellen. Maar dat betekent niet dat het gesprek is afgelopen. Dan kan het gesprek juist beginnen! Probeer die vragen eens terug te leggen. Zo kun je toch in gesprek blijven en samen op zoek gaan naar het antwoord bij een open Bijbel.”

6)Jezus gaat de confrontatie niet uit de weg
Een voorbeeld van zo’n confrontatie is dat Jezus geen woord zegt als Hij voor Herodes Antipas staat. “Door dat zwijgen wordt Herodes geconfronteerd met wie Jezus is. Herodes wordt radeloos, omdat Jezus hem overtuigt wie Hij is.” Wat wij hiervan kunnen leren? “Dat een gesprek waarin heel weinig gezegd wordt, ook een goed gesprek kan zijn. We hoeven de confrontatie niet op te zoeken, maar die ook niet uit de weg te gaan.

7)Jezus bewerkt een verandering in het leven van mensen
Het is opmerkelijk dat mensen die Jezus ontmoet, anders uit het gesprek weggaan dan ze aan het begin waren. “Als wij met mensen in gesprek zijn, voltrekt zich dan ook een verandering? Natuurlijk, God verandert mensen. Maar Hij gebruikt ook mensen om anderen tot verandering te brengen. Dat zie je terug als je gesprekspartner na afloop zegt: ‘Ik ben opgelucht, het heeft me goed gedaan’ of: ‘Ik ben blij dat ik je gesproken heb’. Laten we ons focussen de vraag hoe we een ander verder kunnen helpen.

Bewerkt door Jan Zwemer
Reactie? j.zwemer@icloud.com of 06-13193999

Overdenking september 2019

Kom, koopt en eet zonder geld (Jesaja 55 : 1)

Bovenstaande woorden stonden tijdens het Nieuwlandse dorpsfeest boven de ingangspoort van de kerk.  Binnen kon je terecht voor koffie en een gesprek, terwijl buiten poffertjes waren te verkrijgen. Dat was gratis, alhoewel de giften die binnenkwamen de kosten dekten.

Die poffertjes waren er zolang de voorraad strekte. Met de genade van onze Schepper en Verlosser is dat anders. Die is onbeperkt verkrijgbaar voor allen die in Hem geloven. Dat staat in Handelingen 2 vers 21: ,,Dan zal iedereen die de naam van de Heer aanroept worden gered”.

Aan het eind van Handelingen 2 wordt gezegd dat de gelovigen alles deelden. Iets daarvan komt terug op tijdens de gemeenschappelijke maaltijd op onze startzondag.

De  kerk van Ritthem stond in de zomervakantie open op zaterdagen en die van Nieuwland dus op het dorpsfeest. Dan komen er mensen over de drempels die anders nooit binnen komen.

En zo blijft ook via de openstellingen de kerk zichtbaar waar de blijde boodschap klinkt.  ,,Hierheen. Hier is water, voor ieder die dost heeft!”, zo klinkt het  in het eerste vers van Jesaja 55. En in het derde vers staat: ,,Leen je oor en kom bij me, luister en je zult leven”.
Zondag aan zondag is die boodschap te horen.

We bidden om Gods zegen over het nieuwe seizoen dat we als gemeenten ingaan.
W.S.

Overdenking zomer 2019

Roepen

..die het vee zijn voeder geeft, de jonge raven, als zij roepen.. Psalm 147 vers 9

Je kunt vlakbij huis genieten van de schepping. Zo zijn er je rond onze dorpen heel veel soorten vogels te zien in de vrije natuur. Met een beetje geluk kom je in onze mooie provincie zelfs de raaf tegen. Onlangs kwam in het nieuws dat hij voor het eerst sinds mensenheugenis weer in Zeeland broedt.

De raaf komt er in de Bijbel soms niet zo best af. Het is een aaseter en dus ook een onrein dier (Leviticus 11). De raaf wordt  in Jesaja 34 genoemd als  een vogel die huist op onheilspellende plaatsen en in Spreuken 30 pikt hij ogen uit. Toch krijgt hij van God een taak wanneer Elia vlucht voor koning Achab die ziedend is over zijn onheilsprofetieën. Hij stuurt raven om de profeet te voeden bij zijn schuilplaats aan de Jordaan (1 Koningen 17 vers 4).

De boven aangehaalde tekst laat zien dat Gods zorg over Zijn schepping ook uitgaat naar roepende jonge raven. Uit de opname die vrij kwam bij het bericht over de raven in Zeeland blijkt  dat  het geen zangvogels zijn. Ze brengen een schor gekras voort.  Toch wordt hun geroep gehoord door de Schepper.

Wij kunnen er aan twijfelen of God ons hoort in onze nood. De tekst uit Psalm 147 is dan ook bemoedigend bedoeld. Jezus spreekt van de raaf in Lukas 12, waar het gaat  over ongeloof: ,,Kijk naar de raven: ze zaaien niet en oogsten niet, ze hebben geen voorraadkamer en geen schuur, het is God die ze voedt. Hoeveel meer zijn jullie niet waard dan de vogels!”

Zouden wij ons vertrouwen dan niet op Hem stellen?
WS

Verwonderd

‘Is er nog iemand over van de familie van Saul? Die zal ik goed behandelen, zoals God dat voorschrijft.’ 2 Samuel 9 : 13

David zegt in bovenstaande tekst iets dat in zijn tijd ongewoon is. Hij is na lange strijd met zijn voorganger Saul, koning geworden over Israël. Saul poogde hem te doden, maar steeds ontsnapte David. De verhalen hierover in de Bijbel lezen als een spannend  jongensboek.
Meestal moordden nieuwe machthebbers de familie van hun voorganger uit in de tijd van David. Dat was zo de gewoonte. Maar David doet dat het tegenovergestelde. Hij zegt goed te zullen doen aan wie er nog over is van de familie.

En dan blijkt er nog iemand van de familie van Saul in leven te zijn. Dat is Mefiboseth, kind van Sauls zoon Jonathan, met wie David innig bevriend was. Mefiboseth  loopt mank. Zijn verzorgster liet hem  vallen toen ze met hem vluchtte nadat Saul was verslagen.

Wanneer Mefiboseth het paleis betreedt denkt hij dat zijn hoofd eraf zal gaan. Dat David wraak neemt voor de daden van opa Saul. Hij laat zich op de knieën vallen. Maart David zegt dat hij alle bezittingen van Saul krijgt en mag mee-eten aan zijn tafel. Mefiboseth antwoordt: ,,Wie ben ik heer dat u zich bekommert om een dode hond als ik”.
Nu was het zo dat David een verbond had gesloten met Jonathan. Hij beloofde diens leven te zullen sparen wanneer hij eenmaal koning zou zijn.  Die belofte komt hij na tegenover Jonathans zoon.
David lijkt hier op Jezus. Want Jezus kwam niet naar ons om wraak te nemen voor de zonden. Hij kwam als mens en stierf aan het kruis voor onze fouten.
Mefiboseth is verbaasd over het handelen van David en noemt zich zelfs een dode hond.

Hoe verwonderd zijn wij eigenlijk over Gods goedheid?
WPS mei 2019

Beschermd

De Heer zal je beschermen waar je ook bent, waar je ook gaat, nu en voor altijd. Psalm 121 : 8 Basisbijbel

Psalm 121 behoort tot de meest gelezen Bijbelgedeelten bij pastoraat voor ernstig zieken. Deze Psalm is voor veel mensen tot troost in moeilijke tijden. Dat lijkt een beetje vreemd. Immers roept de dichter het  in deze Psalm in diverse toonaarden uit dat God je zal behoeden voor allerlei soorten kwaad.  Het begint al direct in vers 1: ,,Mijn hulp komt van de Heer, die de hemel en de aarde heeft gemaakt.“

Hoe kun je daarop blijven vertrouwen wanneer je lijdt aan een ongeneeslijke kwaal? Het antwoord ligt misschien wel besloten in wat de dichter zegt in het laatste vers:  ,,De Heer zal je beschermen waar je ook bent, waar je ook gaat, nu en voor altijd”. Dat vertaal ik als: ,,Ik ben ook na dit leven met je”.

Hoe toepasselijk was dit onlangs in de Duitse stad Duisburg. Daar preekte dominee Dietrich Köhler-Miggel op zondag 10 maart zijn afscheid over de tekst; ,,Zie ik ben met u tot aan het einde der wereld.”  Nadat hij zijn preek afsloot met de woorden ‘Een mooiere tekst bestaat er niet voor mijn afscheid’ werd hij onwel. De kersverse emeritus-predikant stierf even later in het ziekenhuis. Uit de dienst ontslagen en bevorderd  tot Heerlijkheid. In vertrouwen op die woorden: ,,De Heer zal je beschermen”.

Durven wij dat deze predikant nazeggen?

WS april 2019

 Aolles op z’n tied (Prediker 3)

Op een van onze kerkelijke verenigingsbijeenkomsten sprak een vrouw over haar grootouders. Wanneer ze daar vroeger op een winternamiddag binnenstapte trof ze hen aan in een schemerige keuken, zittend aan tafel. Ze zaten ze daar vaak op hun gemak. Nu en dan een woord wisselend met elkaar en verder stil. Ze hadden een werkzaam leven achter de rug en rustten er van uit.  Zij verstonden de kunst om stil te genieten van de rust van de oude dag.
Rust na gedane arbeid. Dat spreekt ook uit bijgaande opname van ruim zestig jaar geleden. In het midden kijken de grootouders van mijn vrouw de lens in .  De foto is genomen op een akker ergens tussen Nieuwdorp, Nieuwland en Lewedorp.

Het is oogsttijd. Het vlas wordt binnengehaald. En dan komt er een fotograaf. In die tijd nog geen alledaagse gebeurtenis. Men neemt er dan ook de tijd voor. Het werk even aan de kant en dan poseren. Een van de landmannen steekt zijn riek omhoog om te tonen hoe het gewas wordt verzameld. Opa en de man rechts dragen een bos vlas in de hand. In het midden ‘opoe Sloe’  met een baby op de arm.

Zo ging dat op het land. Hard werken. Dan pauze. Brood opeten en de meegebrachte koude thee of koffie drinken. Even een praatje. En als er iemand met een camera komt in alle rust uitgebreid poseren.

Alles heeft zijn bestemde tijd staat er in Prediker. In de streektaal:  ‘Aolles op z’n tied’. Dat hadden die grootouders in de keuken van vroeger en die mensen op het land van de foto heel goed begrepen. Ze namen de tijd. En hoewel het leven hard was konden ze het aan. Misschien kwam dat juist wel omdat ze alles op zijn tijd deden.

Wat een tegenstelling met onze tijd. Jonge mensen, maar ook oudere, raken overprikkeld. We zijn in en beeldcultuur beland.  Dat begon met de televisie. Wat een geweldige uitvinding! Maar heel lang naar allerlei beelden kijken is schadelijk zo leerde onderzoek. Dat lange zitten verhoogt de kans op hart- en vaatziekten flink.

Digitale uitvindingen hebben ons leven verder vergemakkelijkt. We kunnen van gebeurtenissen, of het nu wereldnieuws is of dagelijkse dingen om ons heen, vrijwel onmiddellijk kennis nemen. En dat doen we gretig. We controleren aanhoudend of we berichten krijgen op diverse kanalen. We staan voortdurend bloot aan prikkels. Alles is digitaal met een paar klikken te krijgen. Mooie en lelijke dingen.
Psycholoog René Diekstra verbaasde zich onlangs in de PZC over wat er gebeurde aan het begin van de pauze bij de vertoning van de film Bohemian Rhapsody. Hij zag een zee aan lichtjes opflitsen van smartphoneschermpjes. ,, Is dat dan wat techniek met ons doet, vroeg ik me af. Ons voortdurend van de ene activiteit in de andere, van de ene indruk in de andere laten buitelen, zodat er nooit meer echte pauzes zijn?”

Diekstra zegt dat we op deze manier alleen nog maar indrukken en ervaringen verzamelen. We komen er niet aan toe om die indrukken en ervaringen te verzamelen. Daar is onze geest niet op gebouwd en volgens Diekstra zullen de gevolgen uiteindelijk griezelig zijn.

Een medicijn is: ‘aolles op z’n tied’. Hebben we nog tijd om 1 minuut stil te worden voor God die alles maakte?
Dat is een prangende vraag. Net als de vraag die  trouwens die mijn vrouw zojuist stelde: ,,Je gaat zeker niet mee om een half uurtje te wandelen”. Ze weet dat het niet mijn grootste hobby is. Maar ook  voor mij geldt ‘aolles op z’n tied’. Dus moet ik zelf werk maken van wat ik zojuist opschreef. Ik sta op vanachter mijn bureau. Onderweg komen we mensen tegen en wisselen we mondeling dingen des levens uit. Een warm menselijk contact.

Het stukje heb ik daarna afgemaakt. Aolles op z’n tied.

W.S. maart 2019

Ieder voor zich ……..

“Maar zo heeft u Christus niet leren kennen…..” (Efeze 4 : 20 HTB)

Dit gedeelte uit de Bijbel wordt ook wel vertaald in termen als “Gij geheel anders…” en heeft aanleiding gegeven tot een levenshouding van christen van isolement en onderscheiding van niet-christenen, terwijl de essentie niet is dat we anders zijn dan anderen, maar dat we anders zijn dan eerder.

Het op-onszelf-gericht levensgevoel wat in onze samenleving nog sterk is, wordt nogal bepaald door individualisme en ieder-voor-zich”. Het is hoopgevend dat vooral jongeren daar meer en meer afstand van lijken te nemen.

Dat levensgevoel is zeker ook binnen de kerken te herkennen. Veel gelovigen menen dat zij anders zijn dan niet-gelovigen en beroepen zich op deze tekst uit Efeze 4. Echter, als ik de brief van Paulus aan de Efeziërs doorneem en het beeld van de context van deze brief wat laat ontstaan in mijn denken, dan staat er niet dat een christen anders is dan anderen, maar dat een christen anders is dan eerst. Ik kijk dan niet door een raam naar buiten, maar in een spiegel naar mezelf.

Legden we eerst de nadruk op ons “ik”, op de eigen mening, het eigen goed, het eigen gebied, nu ……. nu we Christus kennen, ligt de nadruk op een “wij”, op een “wees goed en hartelijk voor elkaar en vergeef elkaar zoals God u heeft vergeven in Christus (vers 32).

Ik meen dat het individualisme van onze tijd en het “geheel-anders-denken” van sommige christenen eenzelfde bron hebben, namelijk egoïsme. Ook een collectief egoïsme is egoïsme. Het kan ertoe leiden (lijden) dat een groep een gearriveerd-christen-zijn claimen, zichzelf de status toe-eigenen van gevestigden en daarmee de anderen duiden als buitenstaanders. In onze samenleving lijkt deze tendens sterker te worden en dat gaat de kerkdeuren en de gelovige harten niet voorbij.

Echter, als we denken en doen dat dit Bijbelgedeelte niet is bedoeld om anders dan anderen te zijn, maar om anders dan eerder te zijn, dan wordt de spiegel die de Bijbel ons voorhoudt heel persoonlijk: hoe zit dat bij mij?

Hoe zich dat vertaalt naar een gemeente-zijn in onze dorpen? Dat mogen we met elkaar inhoud en vorm geven, in gesprek en in gebed met elkaar, zoekend en elkaar helpend om onze bijdrage (ook vanuit de kerk naar het dorp) inhoud en vorm te geven. Niet in een anders zijn dan de mede-dorpelingen (dat leidt slechts tot muren om de kerk), maar in een anders zijn dan eerder, wellicht ontvankelijker, met open kerkdeuren en open geloofsharten (dat leidt tot bruggen tussen ons dorp en de kerk).

Niet ieder voor zich, ook niet anders zijn dan anderen, maar dat we anders zijn dan eerder.

JZ februari 2019

 Aanbidding

Lucas 1 vers: Hij koos mij uit, mij, een heel gewoon meisje

Het decembergroen kleurt huiskamers en straatbeelden. Overal flonkeren lichtjes, mooie en lelijke, om aan te kondigen dat het Kerstmis wordt. Het feest waarin we gedenken dat de Zaligmaker is geboren.

In de velden van Efratha zien de herders de nachtelijke duisternis plaats maken voor stralend daglicht. Hun schrik verandert in vreugde bij het aanhoren van de engelenboodschap:  ,,Vandaag is in de stad van David jullie redder geboren.”

Christus komt tot ons in de gedaante van een mens. Immers is hij een kind uit de stamboom van koning David. Het geslacht ook van Abraham, Izak en Jacob. Maria zegt het in haar Lofzang:  ,,Hij herinnert zich zijn barmhartigheid jegens Abraham en zijn nageslacht, tot in eeuwigheid.”

Een jonge vrouw uit een dorp brengt de Zoon des mensen ter wereld. Zij zegt bij de aankondiging van de geboorte tot de engel Gabriël : ,,De Heer wil ik dienen: laat er mij gebeuren, wat u hebt gezegd.” Wat een overgave!

Sommige protestanten vinden de Mariaverering binnen de Rooms-Katholieke Kerk overdreven. Katholieken zeggen daarentegen dat protestanten haar rol onderschatten. In dat laatste schuilt zeker waarheid.  Want wat moet Maria als moeder wel niet meemaken. Zij krijgt van Simeon te horen dat er een zwaard door haar ziel zal gaan. Dat wordt werkelijkheid wanneer zij moet toekijken als het kind, dat we met Kerstmis nog zo vredig in de kribben zien liggen, Zijn rol als Messias vervult  en Zijn leven geeft voor onze zonden.

De  Lofzang van Maria, die gezegend is onder alle vrouwen, wordt in dat licht nog indrukwekkender:
,,Ik geef alle eer aan God. Ik juich voor hem, hij is mijn redder.

Hij koos mij uit, mij, een heel gewoon meisje.
Nu zal iedereen over mij zeggen: ‘Zij is gezegend.’
Want God, die machtig is en heilig, heeft iets geweldigs met mij gedaan.
Mensen die naar hem luisteren, behandelt hij met liefde, nu en altijd.
God heeft zijn kracht laten zien: hij jaagt iedereen weg die zichzelf geweldig vindt.
Koningen pakt hij hun macht af, en gewone mensen maakt hij belangrijk.
Arme mensen geeft hij veel, en rijke mensen krijgen niets.”

Een ‘heel gewoon meisje’ profeteert het: mensen die naar hem luisteren behandelt Hij met liefde, nu en altijd. Komt laten wij aanbidden: die Koning.

WS december 2018

 Herdenken of gedenken?

De maand november heeft op verschillende momenten en verschillende plaatsen het karakter van een herdenken. In deze maand herdenken we dat 74 jaar geleden grote delen van Zeeland werden bevrijd en dat met veel offers. Begin december start het kerkelijk jaar met de periode van Advent, in november sluiten we het kerkelijk jaar af met Eeuwigheidzondag waarin we onze overleden broeders en zusters gedenken. Binnenkort vieren we ook met elkaar het Avondmaal, de maaltijd die Jezus Christus instelde met de opdracht “doe dat tot Mijn gedachtenis”.

Herdenken of gedenken, het lijkt hetzelfde en toch zit er een verschil in. Herdenken is iets of iemand vanuit het verleden in herinnering roepen, er weer even aan denken. Gedenken is meer, meer dan alleen er aan denken of herinneren. Gedenken heeft niet alleen met het verleden te maken, maar ook met het heden en met de toekomst. Het is iets of iemand naar je toehalen op zo een manier dat die gebeurtenis van toen of die persoon die ons ontviel een plaats krijgt en houdt in ons leven. Gedenken is iets of iemand een betekenis geven voor ons leven nu en voor de toekomst.

Het vieren van het Avondmaal is een gedenken, een steeds weer opnieuw doorleven van de betekenis van Jezus’ leven en sterven, niet alleen van toen, maar vooral ook voor nu, om er vanuit te leven voor vandaag en morgen, “tot onze troost……”.

Het gedenken van de bevrijding gaat verder dan het terugdenken aan de historische feiten van toen, het is ook een appèl op de betekenis van leven in vrijheid, in een land waar recht, rechtvaardigheid en barmhartigheid leidende waarden zijn. En …… hoe ik daaraan een bijdrage kan leveren. Een actueel en actief appèl dus.

Gedenken op de Eeuwigheidszondag is een doordenken van de betekenis van degenen die ons ontvallen zijn. Een betekenis die ieder op een eigen wijze zal ervaren, maar steeds het karakter heeft in vragen als: Zet ik de waarde-sporen van deze broeder en zuster voort? In de gemeente, in het dorp, in de straat? In een doordenken van het leven van de ander kun je soms ontdekken dat die ander een reus in wijsheid was en dat het een voorrecht is om even als klein mensje op de schouders van deze reus te zitten. Het perspectief op de schouders van een reus kan zoveel grootser zijn dan het beperkte-getob-aan-de-grond zoals je kan ervaren in het hier-en-nu. Dat maakt gedenken anders dan herdenken. Je poogt de andere als het ware naar je toe te halen en vraagt je af welke betekenis die ander heeft voor jouw leven nu, jouw keuzes voor morgen.

Graag wens ik een ieder een gedenkvolle maand, zowel in en met ons samenleven (bijv. het gedenken van onze bevrijding), in ons samenleven als gemeente (zoals in het gedenken in ‘t vieren van het Avondmaal), als in samen gedenken aan onze zusters en broeders zijn overleden (het gedenken op Eeuwigheidszondag).
JZ

Moe

Mattheüs 11 :8 Kom naar Mij toe, allen die vermoeid en belast zijn, en Ik zal u rust geven.

Bij de kerk van Lamswaarde

Jezus nodigt alle mensen uit die ‘vermoeid en belast zijn’.
Mensen die gebukt gaan onder zwaar werk.
Mensen die gebukt gaan onder het verlies van geliefden.
Mensen die gebukt gaan onder ziekte.
Mensen die gebukt gaan onder dingen die ze verkeerd hebben gedaan.
En het gaat om nog veel meer mensen, ja zelfs om alle mensen.

Na de zondeval zegt God in Genesis 3 dat de mens in het zweet des aanschijns zijn brood moet verdienen. Velen op de wereld doen dat voor een mager loon.
Rijken hoeven misschien niet te zwoegen. Toch zijn ook zij in ieder geval belast. In Genesis 3 staat namelijk ook dat de mens ‘tot stof wederkeert’. Dat geldt arm en rijk.

Je kunt je vermoeit voelen door de jachtige tijd waarin we leven of omdat je de nieuwe dingen niet meer kunt bijhouden.
Vermoeid kun je worden van het nieuws over rampen die zich voltrekken.
Vermoeid kun je worden van deze maatschappij waarin iedereen voor zichzelf moet opkomen, zelfs als het ten koste gaat van de ander.
Vermoeid kun je zijn door een conflict in je familie. Machteloos kun je je voelen wanneer je je kind niet meer kunt bereiken.

Het kan zo erg zijn dat het leven geen zin meer voor je heeft. Dan sta je op met gedachte: ,,Hoe moet ik deze dag doorkomen?”  De dichter van Psalm 89 zegt: Gedenk, o Héér, hoe zwak ik ben, hoe kort van duur; Het leven is een damp, de dood wenkt ieder uur; Zou ‘t mensdom dan vergeefs op aarde zijn geschapen? Wie leeft er, die den slaap des doods niet eens zal slapen? Wie redt zijn ziel van ‘t graf?”
Maar de dichter stopt hier niet. Hij zegt: direct daarop: help ons door Uw trouw, zoals U die aan David hebt gezworen

“Die ‘trouw’ komt tot uiting in de verlossing door Jezus Christus. Hem is gegeven alle macht op hemel en op aarde. Dat betekent dat dat wij zelf geen macht hebben. Dat we het stuur maar beter uit handen kunnen geven aan Jezus. De Goede Herder die Zijn leven gaf voor Zijn schapen. Hij geeft rust.

Wim Staat. (oktober 2018)

Een goed gesprek – ’n mooie start voor een nieuw begin

“…… dat uw geest en uw denken voortdurend vernieuwd moeten worden……” Efeze 4:23 (NBV)

We ervaren verschillende momenten van een nieuw begin. Met oud-& nieuwjaar vieren met onze gehele samenleving een nieuw begin, met de advent start ons kerkelijk jaar en in september vieren we het begin van de seizoen-activiteiten in en met de gemeente, de Startzondag.

Vernieuwing is een door-en-door christelijk principe. Een nieuwe schepping worden is een diepgeworteld verlangen waar de Bijbel vol mee staat. Veel christenen verlangen dan ook naar een betere wereld, werken daar aan mee en worden blij als daar progressie in te zien is. In die zin zijn christenen eerder progressief dan conservatief en vieren een vernieuwing keer op keer.

Vernieuwing is wat anders dan veranderen. Veranderen heeft iets van anders doen, vernieuwen is iets toevoegen aan wat er al was en blijft daarom iets vertrouwds houden.

Het is mooi om zo ook met elkaar gemeente te zijn. Door bijv. de woorden van de zondagse erediensten zo op ons af laten komen dat er in ons iets vernieuwends groeit. Ook dat we contact hebben met elkaar waarin we elkaar beter leren kennen en ook beter begrijpen. Echt ontmoeten.

De Emmaüsgangers verlieten gedesillusioneerd Jeruzalem. Ze meenden dat alles veranderd was: Jezus was weg. Zij waren in gesprek met elkaar en deelden hun voelen en hun denken. Toen kwam er Iemand met hen meelopen, nam deel aan het gesprek, werd een deelgenoot en ……. de verandering bleek een vernieuwing te zijn: datgene wat er was, was niet weg, maar kreeg een nieuwe dimensie, namelijk dat Jezus was opgestaan. Het was de opgestane Jezus die met hen optrok. Later bespreken zij dat met elkaar: “was ons hart niet brandende in ons……”. Zo voelt vernieuwing.

Laten we als gemeentes in die gezindheid ook ons nieuw begin als gemeente ervaren, ook bij de Startzondag. Laat daarbij het onderlinge gesprek, de dialoog, een middel zijn tot vernieuwing van onze geest van ons denken. Dat voelt goed, dat maakt “ons hart brandende”.

We kunnen ons geen betere start van het nieuwe seizoen wensen: een warm hart voor elkaar en voor Degene die ons verbindt met elkaar: onze Here Jezus Christus.

Jan Zwemer (september 2018)

Louwerse’s Wegeling

Vakantie

Dan mag u niet werken (uit vers 14 van Deuteronomium 5)

Vakantie vieren is voor ons in Nederland volstrekt normaal. We ervaren het zelfs als een recht om een poos vrij te zijn en dan op reis te gaan. In de Bijbel is rust een belangrijk begrip. God rustte op de zevende dag, zo staat er in het scheppingsverhaal. Hij drukte de mensen op het hart om zes dagen te werken en daarna een dag te rusten. Het is zelfs een gebod en wel het vierde.

In onze samenleving komen mensen te weinig aan rust toe. Grote werkdruk, de digitale wereld die nooit stil staat, onzekerheid over de toekomst, problemen in gezinnen, spanningen op het werk en andere stressbronnen maken het leven

Molendijk Nieuwland

zwaar. Zo zwaar zelfs dat je er burn-out van kunt raken.  Dat overkomt velen.

Velen zullen deze zomer genieten van de natuur in het buitenland. Het kan ook langs de Louwerse’s Wegeling in Ritthem en in de Nieuwlandse polders. Waar je ook bent, ik wens je toe wat staat in vers 2 van Psalm 23: Hij laat me rusten in groene weiden en voert me naar vredig water.”

Wanneer je het zwaar hebt wens ik je toe wat er staat in vers 4 (Bijbel in Gewone Taal): Ik ben niet bang, ook al is er gevaar, ook al is het donker om mij heen. Want u bent bij mij, Heer. U beschermt me, u geeft mij moed.”

Wim Staat (

Dichtbij God en dichtbij mensen

“……. En Zijn discipelen geloofden in Hem.” (naar Johannes 2: 11b)

In april sloten we het seizoen af van de Discipelschapscursus, een cursus van de Protestantse gemeenten Ritthem, Nieuw- en Sint Joosland en Arnemuiden (Gereformeerde Kerk). Vanaf september 2017 kwam een groep gemeenteleden om de twee weken bij elkaar en bespraken we met elkaar thema’s uit het boekje Discipelschap van L.M. Vreugdenhil.  één van de inzichten die we geleerd hebben is dat een kern van discipelschap van de Here een leven is (wat kan worden samengevat in):

Dichtbij God en dichtbij mensen

We spiegelden ons daarin aan wat Jezus ons laat zien, zoals we bijv. lezen in Johannes 2 (1-11) over de bruiloft te Kana. Datgene wat Henk Binnendijk in zijn boek Dichtbij God (2008) hierover schrijft wil ik vanuit onze cursus graag met u delen in deze meditatie van ons kerkblad: , In Johannes 2 wordt de Here Jezus op een bruiloft uitgenodigd (…).  Op die bruiloft raakte de wijn op. Dat was in mijn ogen (schrijver Henk Binnendijk) een goede gelegenheid geweest om met mensen over het evangelie te spreken: ze waren immers nuchter! Maar dat deed Jezus niet. Hij getuigde niet, Hij preekte niet en Hij bad niet, Hij ging ook niet stil in een hoekje zitten toekijken. Nee: Hij maakte nieuwe wijn, heerlijke wijn en wel zeshonderd liter. In opdracht van de hemel (…). Wat Hij deed was nieuwe wijn maken en vreugde brengen. Langzamerhand ging ik (HB) begrijpen dat dichtbij God zijn, niet betekent dat je dan ver van mensen bent. Integendeel, het geheim van het leven van Jezus was: dichtbij God en dichtbij mensen.” (einde citaat).

Dichtbij mensen zijn en dichtbij God zijn, het versterkt elkaar. Dat is een kern in ons gemeente-zijn, gemeenschap zijn, samen en dat vooral met vreugde.

Vreugde is als licht en warmte en dat verspreid zich (vanzelf).

De discipelschapscursus was een fijne cursus. Om de twee weken kwamen we bij elkaar. We kenden elkaar eerst nauwelijks, maar in korte tijd kreeg iedere avond een meer vertrouwd karakter, waarin een gezellige en aansprekende sfeer de toon van de avonden zette. Ook omdat we nieuwsgierig waren naar wat we elkaar te zeggen hadden. Een echte praktijk van “dichtbij mensen en dichtbij God” en wellicht is dat een kern van kerk-zijn, ook in onze dorpen.

In september aanstaande gaan we verder met de cursus. Iets voor jou, voor u? Weet je welkom!!

Jan Zwemer

Een aorigen

Kom vlug naar beneden, want vandaag moet ik in jouw huis verblijven’ (Lucas 19:5).

Zacheüs was iemand die ook in onze tijd met de nek zou worden aangekeken. Hij inde belastinggeld dat hij overdroeg aan de bezetters, in dit geval de Romeinen. Zacheüs werd daarom als verrader beschouwd en geminacht.

Zo ging het ook in de Tweede Wereldoorlog. Aanhangers van de NSB, (de met de Duitsers sympathiserende partij die als enige was toegestaan) ventten toen op straat hun blad Volk en Vaderland. Daar hebben ze toen nog een liedje van gemaakt: hij verkoopt zijn vaderland, voor een paar losse centen”.

In Lucas 19 staat dat Zacheüs in de boom klimt omdat Jezus langs komt. Hij verstopt zich in het gebladerte en is zo onzichtbaar voor anderen. Maar Jezus ziet hem. Tot verbijstering van de omstanders vraagt Hij hem naar beneden te komen, zodat Hij hem kan bezoeken. Bij zo iemand! Uitschot van de samenleving!

Ook in onze tijd is er ‘uitschot’. Zoals verwarde mensen, veelal mannen. Door allerlei oorzaken, zoals verlies van de partner of ontslag, komen mensen aan de kant te staan. Sommigen kiezen dan voor het isolement. Ze kruipen weg, zoals Zacheüs deed. Zonderlingen die je beter maar links kunt laten liggen. In de Zeeuwse streektalen heet zo iemand al gauw een aorigen, elders zijn hardere varianten als bij voorbeeld ‘achterlijke gladiool’.

En dan komt Jezus uitgerekend bij zo iemand op bezoek. Dat verhaal staat er niet voor niks. Het slot van het liedje is dat Zacheüs, die door Jezus bij zijn naam wordt genoemd, tot inkeer komt. Hij geeft wat hij frauduleus van mensen afhandig maakte viervoudig terug en de helft van zijn bezit is voor de armen.

Voor Jezus is iedereen waardevol. Zouden wij dan onderscheid maken?

WS Kerkblad april 2018

Dooi

Hij geeft een bevel – sneeuw en ijs smelten weer. Psalm 147 vers 18

Geen volk praat zo graag over het weer als het onze. Daar verbazen buitenlanders zich over. Hoe verdeeld we ook zijn; het weer schept een band. Bij hitte krijgen lopers van de Vierdaagse overal water en andere verfrissingen aangereikt. Mensen die elkaar anders amper begroeten praten ineens honderduit met elkaar bij extreem weer. Het werd op oudejaarsavond allemaal getoond in het tv-programma ‘Door weer en wind” van de serie ‘Andere Tijden’.

Volgens onderzoek is dat zo omdat we Nederland grotendeels zelf maakten door inpolderingen. Dat hebben we goed in de hand, maar het weer niet. Dat maakt ons onzeker. Dus zien we ijzel, sneeuw en droogte als een vijand, die we samen bespreken en te lijf gaan.

De verzen 15 t/m 18 van Psalm 147 handelen over het weer. Dat gebeurt in een sfeer alsof de Grote Stuurman knoppen bedient. Dat zien de meeste mensen, ook gelovigen, tegenwoordig anders. We hebben te maken met klimatologische wetten en gebeurtenissen. Maar wie gelooft dat de aarde niet vanzelf ontstond, ziet de hand van de Schepper in het klimaat. En voor allen geldt dat we aan de weergoden zijn overgeleverd, of ze nu warmte of kou brengen.

In ons gemoedsleven kan het net zo vriezen of dooien. Je kunt je machteloos voelen, net zoals bij extreem weer. Zoek het dan bij God. Denk aan Lied 904: Beveel gerust uw wegen. Daar wordt gesproken over Hem die ook wel wegen zal vinden, waarlangs je voet kan gaan. Want, zo staat in Psalm 147, Hij kan sneeuw en ijs doen smelten, zodat je verder kunt.

Wim Staat  kerkblad februari 2018

Het goede doen

“Laten we daarom het goede doen, zonder op te geven…….”

Galaten 6:9

Een manier om me te bewegen in ons samen-leven is via de sociale media als facebook, twitter, linkedin en whatsapp. Meer en meer krijgen we te maken met internet en middelen die daarmee voor ons beschikbaar komen. Onze tekst in deze meditatie zou de handleiding moeten zijn voor de sociale media: “het goede doen….”. Sociale media is een manier van verbinden tussen mensen wat we ten goede of ten kwade van elkaar kunnen gebruiken. Welke keuze we daarin maken ligt binnen onze verantwoording.

Er zijn verschillende systemen die ons als mensen verbinden, ook heel letterlijk.

Water komt naar ons toe via een systeem van verbondenheid, water nemen we tot ons, we leven ervan en we geven het elkaar. De riolering is ook een systeem van verbondenheid, maar dan van ons af. Hoe gebruik ik sociale media, als een waterleiding of als een riool ?

Ook als gemeenschap van gelovigen hebben we daarin mogelijkheden en ook keuzes, ook naar elkaar toe. “Laten we daarom het goede doen, zonder op te geven….”  In onze samenleving lijkt het vermogen om ons op de ander te richten kleiner te worden. Ik denk dat ons gebruik van sociale media aan deze verzwakking bijdraagt. Moet je dan maar geen gebruik maken van facebook of twitter? Een keuze die te respecteren is. Als je er gebruik van maakt is de vraag op welke wijze je dat doet, als waterleiding of als riool. Ik denk dat we (ook als gemeenschap van gelovigen) de “water-kwaliteit” van onze sociale m media kunnen versterken, ook om ons respect en ons begrip tussen mensen zichtbaar te maken.

Huub Oosterhuis noemt dat beschaving. In zijn prachtige werk Jij die mij ik maakt (2008) verwoordt hij het zo: “Inleving, begrip, respect, solidariteit tussen mensen is het perspectief van onze beschaving. Dat je leert denken vanuit de ander, met name vanuit die anderen die nietig zijn, bedreigd, op de vlucht, arm. Dat je leert kijken naar deze wereld met de ogen van de arme, de vluchteling, de ontheemde voor wie de wereld onveilig en bedreigend is. Dat is beschaving.”

“Laten we daarom het goede doen, zonder op te geven…….”, ook in deze decembermaand, ook rond de jaarwisseling, op weg naar een nieuw jaar.

Graag wens ik ieder van harte Gods zegen toe en een jaar waarin we elkaar mogen ervaren als een “Jij die mij tot ik maakt”

Jan Zwemer, kerkblad december 2016

Amen

Ik geloof! Kom mijn ongeloof te hulp. Markus 9 : 24b

,,Alles is mogelijk voor wie gelooft.” Dat zei Jezus tegen de vader van een door een geest bezeten zoon. De discipelen konden de jongen niet genezen. Nu stond de vader voor Jezus met de vraag of Hij iets kon doen. Het antwoord luidt; ,,Of ik iets kan doen? Alles is mogelijk voor wie gelooft”. Dit kwam aan de orde tijdens de preek die Peter Riemens hield op zondag 15 oktober.

De vader zei:  ,, Ik geloof! Kom mijn ongeloof te hulp.” En dat is een herkenbaar antwoord, want wie twijfelt er nooit?  ,,Wie ben ik nou eigenlijk?” ,,Waarom doe ik toch steeds dingen die ik liever had nagelaten?” Zulke gedachten leiden tot twijfel. En een zondig mens kan altijd gronden voor twijfel vinden.

Die man uit het verhaal getuigde van geloof en ongeloof. Het bestaat dus naast elkaar. Dat de man twijfelde was voor Jezus geen reden om hem weg te sturen, integendeel. Hij schonk die twijfelaar genade door diens  zoon te genezen.

Gods genade is oneindig groot. Dat staat als een paal boven water. Daar mag je amen op zeggen. En wanneer je dat doet spreek je vertrouwen uit. ‘Amen’ komt namelijk van het Hebreeuwse  ‘amam’  en de betekenis luidt ’ja zo is het’.

‘k Stel mijn vertrouwen op de Heer, mijn God.
Want in zijn hand ligt heel mijn levenslot.
Hem heb ik lief, zijn vrede woont in mij.
‘k Zie naar Hem op en ‘k weet: Hij is mij steeds nabij.

Amen

Wim Staat, november 2017

Fijn dat je er bent………!

“En laten we op elkaar acht geven ……” Hebr. 10:24

“Goed dat je er bent!” “Welkom!” Het zijn warme woorden die ons bemoedigen. Woorden die we in de wereld om ons heen steeds minder lijken te horen, althans als je je vooral door de media laat informeren. Meer en meer lijken we op onszelf te zijn en voelen we ons aan onszelf overgeleverd. Recent constateerde GGD-Zeeland in haar onderzoek naar eenzaamheid dat onder ouderen de eenzaamheid de laatste jaren fors toeneemt. Daarnaast is het opvallend dat ook de eenzaamheid onder jongeren toeneemt. Met het intens gebruik van sociale media en internet blijkt het bouwen van een geheel eigen en afgeschermde wereld mogelijk. Dit alles kan ertoe leiden (lijden) dat zich een gevoel van “niet-welkom-zijn” ontwikkelt. Een “er-niet-mogen-zijn” wat zich kan uiten in een beleven van “er niet meer toe doen”, een zekere overbodigheid.

Gelukkig zijn er in wereld van de zorg signalen die duiden op een tegenbeweging. Zo lijkt de bevestigingstheorie van psychiater Anna Terruwe (overleden in 2004) weer aan kracht te winnen. Zij stelde dat de kern van ons mens-zijn opbloeit als we elkaar bevestigen, elkaar zeggen en laten merken dat je gezien wordt, dat je ertoe doet! Hoogleraar Andries Baart wint meer en meer terrein, ook in zorg-opleidingen, met zijn Presentietheorie. Wees aanwezig, wees present! “Er zijn” is fundamenteel in ons mens-zijn, voor onszelf en zeker voor de ander. “Zijn” is vele malen waardevoller dan “hebben”.

Dat blijft mij bezighouden, ook na de bemoedigende preek van ds. de Lange op 10 september. Een preek n.a.v. Hebreeën 10:19-25, een preek die we via onze nieuwe website na kunnen luisteren (zie elders in Kerkelijk Nieuws).

Mijn aanwezig-zijn, in de kerk, maar ook op straat, in onze dorpen, in ons praatje, ons “buurten”  is een bemoediging voor de ander. Niet zozeer de vraag “wat heb ik aan de kerk?” staat centraal, maar de motivatie “hoe kan ik er voor de ander zijn”. Mijn aanwezigheid is een bemoediging voor de ander. Niet “waar was jij afgelopen zondag!?”, maar er-zijn. Dat betekent iets voor de ander, de ander die je dat misschien helemaal niet vertelt.

Wat bijzonder is het om dat te ervaren aan elkaar. Waarom, waartoe, met welke bedoeling?

Ds. de Lange gaf het op 10 september kort en krachtig weer, als een opdracht: Liefhebben en het goede doen……!   Of, zoals in de Hebreeën-brief staat:

“….. en laten we op elkaar acht geven ……”

Jan Zwemer. oktober 2017

Harde woorden

Simon Petrus gaf antwoord: ‘Naar wie zouden we moeten gaan, Heer? U spreekt woorden die eeuwig leven geven. Johannes 6 vers 60

Wij leven in een tijd van kerkverlating. Daar gaat het ook over in Johannes 6. Jezus heeft in Galilea wonderen verricht en gepreekt. De broden en vissen die worden uitgedeeld gaan erin als koek. Maar de stemming slaat om wanneer Jezus zegt dat Hij kwam om de wereld te redden. Niet van de Romeinen, maar van de dood. , Mijn lichaam is het ware voedsel en de ware drank”, luidt de boodschap. Alleen door Mij kun je tot de Vader komen, zo klinkt het ook.

Die preek wordt niet gepruimd. Veel leerlingen trokken zich terug en gingen niet verder met Hem mee, zo staat er. Kerkverlating in Galilea. Men vindt dat Jezus harde woorden spreekt.

Net als toen klinkt ook nu de vraag: Willen jullie soms ook weggaan?” Petrus’ antwoord staat boven dit stukje. Een vervolgvraag kan zijn: Als je Jezus niet wilt volgen wie volg je dan? Maar dat is een ander verhaal.

De boodschap van verlossing door het offer van Christus wordt ook in onze tijd verworpen. Dat is niet zo verwonderlijk in een cultuur waarin de nadruk wordt gelegd op carrière maken en opkomen voor jezelf. Waarvan de geur kan uitgaan dat de mens zichzelf uit het moeras kan trekken.

Aan het begin van het nieuwe seizoen klinken Petrus’ woorden als een oproep tot ons. ‘Naar wie zouden we moeten gaan, Heer? U spreekt woorden die eeuwig leven geven’. Harde woorden? Nee, genadewoord!

Wim Staat,  september 2017