Overdenkingen

Juli/augustus 2021
“Weest in geen ding bezorgd, maar laat bij alles uw wensen door gebed en smeking met dankzegging bekend worden bij God. En de vrede Gods die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten behoeden in Christus Jezus.             
Filippenzen 4 : 6 en 7

Waarom zijn we een kerkelijke gemeente? Een vraag die we elkaar al vaak gesteld hebben en ook voorzien hebben van richting gevende antwoorden. Jaren geleden gaven we, als gemeente, inhoud en vorm door het formuleren van vier accenten voor de antwoorden op deze vraag:

  1. Geloven doe je samen
  2. De Kerk: huis van gebed
  3. Geroepen om te leven en
  4. Geroepen om te gaan

Onder de titel “Doelgericht onderweg” gingen we onderweg en zijn we steeds onderweg, ook nu.

In deze meditatie of bezinning staan we stil bij ‘t tweede deel: de kerk: huis van gebed (2/4):

Gebed is één van de belangrijke pijlers van gemeente-zijn. Hierin proeven we het vuur van Gods Geest die ons als gemeente de omgang met en leiding van onze Heer doet zoeken.

Het vuur ook dat ons doet roepen tot Hem voor de nood in de wereld en in ons eigen leven.

Het gezamenlijke gebed doortrekt de erediensten. In dat gebed is de samenleving betrokken, het Kyrië, Heer, ontferm U, klinkt op. Het mee-lijden met hen die lijden krijgt woorden in het gebed om Gods hulp.

Bidden is ook aanbidden, danken en lof zingen. Danken vanwege het vele goede dat we ontvangen, lof zingen om God te eren en vol te blijven van Zijn Woord en beloften. Aanbidding zet ons leven in een ander, nieuw licht. Het richt ons op wat Hij heeft beloofd en houdt het geloof in ons levend.

De gemeente komt ook in kleine kring samen, op vastgestelde tijden in het zogenoemde ‘kerkgebed’. Een kleine kring van gelovigen laat zich daarbij aanspreken door een gedeelte uit de Bijbel en verwoordt in de gebeden dank voor zegeningen en voorbeden voor zieken en mensen in andere situaties van moeite of zorg.

De kerk als huis van gebed krijgt in het dagelijkse leven ook gestalte in de huizen. Waar 2 of 3 mensen samen bidden, bij de maaltijden, bij het opstaan en slapengaan of in pastorale ontmoetingen. Kortom, het gebed is verweven met het leven van de gemeente en houdt ons dicht bij de Heer en dicht bij elkaar.


Uit: Doelgericht Onderweg – beleidsplan Protestantse gemeenten Ritthem en Nieuw- en Sint Joosland
______________________________________________________________________________________________________________________________Juni 2021

“Moge God, die ons doet volharden en ons troost geeft, u de eensgezindheid geven die Christus Jezus van ons vraagt” Romeinen 15:5

Waarom zijn we een kerkelijke gemeente? Een vraag die we elkaar al vaak gesteld hebben en ook voorzien hebben van richting gevende antwoorden. Jaren geleden gaven we, als gemeente, inhoud en vorm door vier accenten richting aan onze antwoorden:

  1. Geloven doe je samen
  2. De Kerk: huis van gebed
  3. Geroepen om te leven en
  4. Geroepen om te gaan

Onder de titel “Doelgericht onderweg” gingen we onderweg en zijn we steeds onderweg, ook nu.
In deze meditatie of bezinning staan we stil bij het eerste deel: Geloven doe je samen (1/4).

Geloven doe je samen. Deze zin bevat twee kernwoorden: ‘geloven’ en ‘samen’. 
We ontvangen de Bijbel, als het Woord van de Heer waardoor Hij ons aanspreekt. Als gemeente is ons antwoord daarop: geloven, vertrouwen wat Hij zegt. Dat geloven heeft ook de ander nodig. Door samen te luisteren leren we van elkaar en groeien we in vertrouwen.

Het geloof krijgt een grotere en meer omvattende betekenis als we ons verdiepen in de Bijbel. Daardoor leren we God, elkaar en onszelf (beter) kennen.
In de gemeente willen we daarom samen ons geloof verdiepen in de erediensten, in leermomenten met jongeren (catechese) en in andere ontmoetingsmomenten.  

Geloven is geen privézaak. Geloven verbindt ons met elkaar en zet ons in beweging. Hedendaagse vraagstukken leren we bezien in het licht van de Bijbel.
Contacten verdiepen zich vanuit het Woord dat ons leven inhoud en richting geeft. 

Waar Jezus Christus is, is gemeenschap. Zijn kerk is als een grote familie die elkaar meeneemt, achter Hem aan. Samen leren, geloven, hopen en liefhebben. Zo willen we als kerk een oefenplaats zijn om te groeien in verbondenheid met Christus en elkaar.

Persoonlijke ontmoeting
Ondanks de grote diversiteit aan communicatievormen, blijft –zo ervaren wij- de persoonlijke ontmoeting onmisbaar. In erediensten, kringen en pastoraat gaat het om contacten waarin God en mensen elkaar ontmoeten. In die ontmoeting delen we allen van jong tot oud. 

Als gemeente willen we ruimte bieden voor ieder die erbij wil komen en mee wil doen. Samen een gastvrije gemeente zijn, waar je leert geloven, waarin je samen onderweg bent. Sámen geloven geeft ruimte en openheid voor allen die erbij willen komen en mee willen doen.  

 Uit: Doelgericht Onderweg – beleidsplan Protestantse gemeenten Ritthem en Nieuw- en Sint Joosland

Mei 201
Vogeltrek
,, De ooievaar aan de hemel, de tortelduif en de gierzwaluw kennen de tijd van hun trek, maar mijn volk kent niet de orde van de HEER.” Jeremia 8, vers 7
Jeremia sprak bovenstaande woorden uit tegen de inwoners van het tweestammenrijk Juda (hoofdstad Jeruzalem). De meeste mensen uit het Tienstammenrijk (hoofdstad Sichem) zaten toen al in ballingschap in Assyrië. Jeremia waarschuwde de Judeeërs dat hen hetzelfde zou overkomen wanneer ze zich niet zouden bekeren. Dan wijst hij naar de vogels die precies weten wanneer het tijd is om het roer om te gooien en weg te trekken. Jeremia’s boodschap vindt geen gehoor en uiteindelijk worden de meeste Judeeërs naar Babylon weggevoerd.

De afgelopen tijd waren  ook in onze omgeving vogelaars met kijker en camera in touw om de terugkeer van de gevederde vrienden te volgen. Jeremia had ook weet van de grote volksverhuizing van de vogels, want Israël ligt aan de oostelijke trekroute tussen Europa en Afrika.  In de Bijbel staan talloze verwijzingen naar de natuur. Daaronder is dus ook de oproep om een voorbeeld te nemen aan de zwaluwen en andere vogels die naar onze streken zijn teruggekeerd.

De terugkeer van de vogels maakt ook blij. Wat een zegen dat we, ondanks alle onrust in de wereld, kunnen genieten van Gods schepping. In het bijzonder ook van de regelmaat de Hij daarin heeft gelegd. Niet alleen bij de vogeltrek, maar ook in de gang van de seizoenen.

Wim Staat

April 2012

Steenmannetje                                            

naar Psalm 46 : 2 en 3 “God is ons een toevlucht………”

In Nederland weten we niet wat het is: steenmannetjes. Je kent ze wellicht van je wandelingen in een berglandschap. Een stapel stenen, op een bijzondere manier op elkaar geplaatst, sterk en stabiel, schijnbaar fragiel en kwetsbaar.

Steenmannetjes wijzen de weg op plaatsen waar wegwijzers ontbreken. 

Het is een bijzonder beeld, ook voor ons leven, onze levensweg. Persoonlijk en ook voor ons als (kerkelijke) gemeenschap.

Een steenmannetje ontstond wanneer een nieuw pad gevonden werd. Bij elke afslag werd een nieuwe hoop gebouwd en zo ontstond een route die veiligheid bood en ontdekt is door iemand die je voorging. 

De weersomstandigheden kunnen in de bergen fors instabiel zijn met barre omstandigheden van stormen en koude. Soms brokkelt zo’n steenmannetje dan af. Ik heb begrepen dat het een ongeschreven regel is dat de eerstkomende wandelaar de stenen opnieuw stapelt en er zo voor zorgt dat dit symbool van veiligheid en zekerheid haar functie kan houden voor degenen die erna komen.

Als jij terugkijkt op je levenspad zie je vast ook van deze steenmannetjes: momenten die bepalend waren voor de richting in je bestaan, een gebeuren, een daad, een woord, een ontmoeting, een keuze, een lach, een …… (vul maar in). Het kunnen persoonlijke momenten zijn van een tijd geleden, een jaar, een paar jaar terug en ineens kun je er weer mee geconfronteerd worden: een moment van toen die je eraan herinnert welke keuze je toen maakte en je opnieuw nodigen voor een keuze.

Misschien ben jij ook zo iemand die soms een Bijbelgedeelte onderstreept. Veel later kun je dat gedeelte weer terugzien en het spreekt opnieuw tot je. Dat kan zo een steenmannetje zijn.

Niet alleen persoonlijk, ook als gemeenschap kan dat van grote waarde zijn, juist voor een kerkelijke gemeenschap als de onze. Je gaat je levensweg, soms langs slingerpaadjes, soms door donkere dalen of ook wel langs een snikhete berghelling. Je weet dat al vele jaren eerder andere mensen er ook liepen met dezelfde vragen als jij. Zij vonden nieuwe wegen, wegen die jij nu ook kunt gaan. Zij maakten als het ware steenmannetjes aan de kant van jouw weg van nu, die je zeggen: als je die kant op gaat dan ben je veilig!   

Dat doet de kerk: eeuwenlang een weg van veiligheid en geborgen-zijn aanreiken.

De kerk niet zozeer als systeem, maar als beweging van betrokkenheid van God op Zijn schepsels en schepping. De kerk bouwt met (gedenk)stenen deze monumenten, deze steenmannetjes. Veel stenen die de kerk gebruikt(e) zijn de Psalmen, die ons laten herdenken, ons confronteren en ook een weg wijzen.

Een weg wijzen, persoonlijk, ook als gemeenschap, ook in vragen hoe het verder moet met de kerk (ook in samenwerking). De “weersomstandigheden” in kerkelijk Nederland zijn erg instabiel. Ze tasten oude richtingaanwijzers aan. Veel “wandelaars” zijn een weg kwijt en geven ten diepste aan dat ze verlangen naar steenmannetjes bij een kruispunt.

Ook als kerk, als gemeente gaan we een weg. Samen zoeken naar Gods wil in ons (kerkelijk) leven. Het kan dan zomaar zijn dat we een psalm als steenmannetje op ons pad vinden.

Een psalm zoals Psalm 46:
“God is ons een toevlucht en sterkte,
ten zeerste bevonden een hulp in benauwdheden.
Daarom zullen wij niet vrezen, al verplaatst zich de aarde,
al wankelden de bergen in het hart van de zee”.

Als we elkaar ontmoeten, kunnen we het elkaar zeggen waar een steenmannetje te vinden is. Doen?
Jan Zwemer

Maart 2021
Kom vlug naar beneden (Lucas 19 vers 5)

Wij leven in een tijd die veel gemakkelijker zou moeten zijn.

1.De wereld is een dorp geworden. Je kunt via Internet een bruidsjurk van pakweg een oude rijksdaalder bestellen. Die wordt dan vanuit China bij je thuisbezorgd.
2.We kunnen met de hele wereld digitaal contact maken. Je kunt met iedereen daten en zo het bed induiken.
3.En iedereen kan haar of zijn mening de wereld in slingeren. Eén mens kan met één berichtje een massa bewegen tot een demonstratie.

Hoe gingen deze dingen vroeger?
1De aanstaande bruid ging sa-men met moeder of een goede vriendin naar de winkel. Ze paste de uitverkoren jurk. Mocht die niet goed passen, dan kwam ze nog eens terug.  Ze had dus minstens twee keer persoonlijk contact met de verkoopster. 2.Vroeger kreeg je verkering door een persoonlijke ontmoeting. Je had oogcontact, een vonk sprong over en je sprak met elkaar. 3.Wanneer je het ergens niet mee eens was sprak je daar iemand op aan of schreef een in gezonden stuk naar de krant. Als dat allemaal niet hielp kon je altijd nog een betoging organiseren. Eerst toestemming aanvragen, pamfletten ophangen, de publiciteit zoeken en dan maar hopen dat er iemand komt opdagen.  

De voorbeelden uit het begin van dit stukje zijn kwesties van hoge snelheid. Je drukt op een knop en je hebt het zo voor elkaar.
De voorbeelden uit de tweede alinea verlopen langzaam, tergend traag zelfs. Je moet moeite doen om dingen voor elkaar te krijgen.

Er valt nog iets op. In de eerste voorbeelden is er geen persoonlijk contact en bij de tweede serie voorbeelden wel.
Juist de coronatijd maakt duidelijk dat we behoefte hebben aan contacten met anderen, of we nu alleen wonen of niet.

Velen vinden het benauwend dat bijna alles digitaal moet. We hebben de maatschappij zo ingericht dat mensen die niet handig zijn met de computer afhankelijk worden gemaakt van anderen. Velen kennen meer mensen via het scherm dan dat ze echt contact hebben met anderen. Dat leidt er zelfs toe dat mensen niet meer in het echt op iemand af durven stappen.

Ik heb geen oplossing voor de problemen rond mondialisering, digitalisering en individualisering. Ik geloof wel dat het nodig is dat er weer loketten komen waar mensen om hulp kunnen vragen. Dat er meer echt contact komt tussen mensen.

Bij het overdenken van deze zaken moest ik denken aan Zacheüs. Dat was die belastingophaler, die helemaal geen vrienden had. Hij kwam waarschijnlijk ook niet in de synagoge. Maar toen hij hoorde dat Jezus in aantocht was wilde hij er bij zijn.

Vanuit een boom keek Zacheüs naar de massa zoals een moderne mens naar een menigte op een scherm ziet. Zoals een moderne mens dingen op afstand digitaal tot zich neemt zag Zacheüs van afstand zijn medemensen, zonder deel te hebben aan de gemeenschap.

Maar dan gebeurt het wonder.  Jezus ziet hem. In Lucas staat: ,,Toen Jezus daar langskwam, keek hij naar boven en zei: Zacheüs, kom vlug naar beneden”. Dat hebben we nodig. Dat we elkaar zien en contact hebben. Hopelijk worden we spoedig verlost uit de banden van de coronacrisis.

Hopelijk hebben we ons lesje geleerd: minder scherm en meer mens.  En roep elkaar vooral naar beneden.  

Wim Staat

Februari 2021

God is het die ons behoedt
“De Heer is je Wachter……” Psalm 121 : 5

Psalm 121 is een pelgrimslied, zoals de andere psalmen in deze reeks (120 t/m 134), liederen van de opgang. Dit lied is bedoeld om onderweg te zingen. Zoals wij nog steeds doen, om de moed er in te houden, zeggen we dan.

Het is een eenvoudig lied, dat door alle eeuwen heen de kracht heeft om mensen aan te spreken en te raken. Het is een psalm die door die eenvoudige kracht klinkt, juist op momenten dat het er in ons leven op aan komt. “De Heer houdt de wacht, over je gaan en je komen.”

In alle eenvoud is het tegelijk een kunstig lied.
Zorgvuldig worden de woorden aaneengeregen.Vanwaar komt mijn hulp? Mijn hulp komt van de Heer…
Hij zal niet sluimeren, je wachter. Nee, hij sluimert niet, de wachter van Israël.

Precies in het midden, de centrale zin: De Heer is je wachter.

Het woord (wachten; of waken) dat vijf keer voorkomt, weloverwogen, zorgvuldig gecomponeerd.
Als in het gebedje voor het slapengaan dat je als kind leerde: Here, houd ook deze nacht, over mij getrouw de wacht.

Het zijn woorden om op terug te vallen. Om je door te laten dragen, het hele nieuwe jaar door.
Is dat zo? Kan ik dat? Is dat niet wereldvreemd?
Als je kijkt naar afgelopen jaar, naar wat je overkomen is misschien.

Als je terugkijkt naar het jaar en naar de nieuwsberichten die ons bereiken, oorlog, dood, ongeluk, rampen, corona, een aarde die afstevent op haar eigen vernietiging….

Gaan we daar stilzwijgend aan voorbij door het belijden van deze psalm?

Het is een gerechtvaardigde vraag, een vraag die ook een vraag mag blijven, wellicht ook een vraag die moet blijven om te voorkomen dat geloven een wereldvlucht wordt.

En toch en toch …… en toch …… op de bodem van al die menselijke vragen, is er steeds weer dit lied.
Dit lied, bedoeld om te zingen, boven je zelf uit, onderweg.
Bedoeld om de moed er in te houden.

Hoe uw weg ook zal zijn of de mijne; wat er ook gebeuren mag in het jaar dat voor ons ligt, ten goede of ten kwade, wij zingen het lied van de opgang, wij zijn onderweg, naar het Koninkrijk, naar het leven ten volle, om thuis te komen, God zij dank.

Jan Zwemer